a common reader

tauberbach

· 5 May 2014 |  by Janantoon
· Published in: FOCUS · podiumkunsten  |  1 Comment
·

tauberbachToen ik jong was, lag er niet ver van ons huis een vuilnisbelt, een lokale stortplaats. Een braakliggend land dat uitgegraven was voor zavel en dat zich vulde met grondwater, planten, kikkers, oude kinderkoetsen en versleten rietstoelen, kapotte bloempotten, afgebroken muurtjes, een pop zonder kop. Als we niet meer cowboy en indiaan speelden in het bosje ernaast, gingen we daar zien wie het verste kon plassen. We rommelden er rond, niet zonder gevaar zoals het litteken van een snijwond op mijn voet nog steeds laat zien.
Veel werd er niet weggegooid toen. In de buurtwinkel kon je een halve kilo bloem kopen en dat werd afgewogen en in een papieren zakje gedaan. Als ik voor mijn moeder ging winkelen mocht ik wat zuurtjes kopen, die ook in een papieren zakje gingen.

Die plaatselijke vuilnisbeltjes zijn al lang verdwenen in Vlaanderen. Dat zijn nu de tuinen van verkavelde woonwijken. Er is nog veel meer veranderd. Toen waren we met drie miljard, vijftig jaar later met zeven. Daarvan woont de helft in steden: vele kleine en mastodonten als São Paulo, Mexico, New York, Beijing. In steden en naast steden. Naast die steden liggen vuilnisbelten van ongehoorde proporties, want nu wordt er wel veel weggegooid. En daar leven mensen. Zij leven daar. Wij niet. Zij/wij.

Zij/wij

Elsie de BrauwWij zaten gisteren in de KVS, allemaal beschaafde cultuurminnaars. Zij stonden op het podium tussen een hoop vodden, oude jassen en broeken, bh’s en zo, allicht geleend van Spullenhulp. Evocatie van een vuilnisbelt. Maar dat rommeltje op het podium is niet voldoende om de gevoelsafstand te creëren tussen onze comfortabele wereld (ten overvloede bevestigd door de behaaglijke KVS-zaal) en het onvoorstelbare leven op een stort.
Het suggereren van die vervreemding moest volledig gebeuren door dans, door acteren, door de muziek.
Wij in de zaal, zij op het podium. Ze wroeten en wentelen zich in de spullen. Op zoek naar wat? Zij willen wij zijn. Iemand zegt: “I don’t belong here”. Maar later zegt die man: “I will stay”.

Vervreemding

Zij is de actrice Elsie de Brauw en een beetje ook Estamira, een 63-jarige vrouw die leeft op het uitgespuwde vuil van Rio de Janeiro. Zij hoort stemmen, praat tegen de stem die uit de theaterhemel komt, zij is schizofreen en wijs. Marcos Prado maakte over haar een documentaire (de volledige film kan je hier zien).

Zij is niet alleen. Enkele dansers van Les ballets C de la B dragen de voorstelling. Het zijn hun bewegingen, stuiptrekkingen, danspassen, vrijages, humor, die dat anderwereldse voelbaar maken. Plots is wat er op dat podium gebeurt een echte realiteit. Niet meer een theater met vodden, maar een andere wereld. Met bewegingen die in die wereld normaal lijken. Met conversatie die niet zinlozer is dan de onze. Een conversatie, een gesprek dat ook werkt. Elsie/Estamira loopt eerst afzijdig rond, vooral in gesprek met zichzelf, maar langzamerhand is er interactie met de anderen en op het laatste danst zij met hen mee.

tauberbach

Een groot deel van de vervreemding wordt door de geluidsband gecreëerd. Het brommende geluid van een horzel is voorspelbaar. Zeer bevreemdend werkt echter de muziek van Bach gezongen door een dovenkoor. De Poolse kunstenaar Artur Żmijewski experimenteerde in 2002 in de Thomaskirche Leipzig. In deze kerk zongen doofstomme kinderen of slechthorenden de cantate Herz und Mund und Tat und Leben. Vandaar ook Tauber Bach: Bach voor/door doven.
Deze voorstelling werd gefilmd en gemonteerd door de kunstenaar onder de titel Singing lessons 2. De film werd geprojecteerd in het kader van de BACH ACADEMIE BRUGGE 2014, maar online kon ik slechts een kort filmfragmentje vinden. Toch loont het de moeite om dat even te bekijken.

Dit raakt voor mij de kern voor heel de productie en misschien zelfs de essentie van hoe mensen met mekaar zouden moeten omgaan. De zang van de kinderen is meer dan vals, en verstaanbaar is het evenmin. Maar kijk naar hun gezichten en dan merk je dat zij wél de muziek horen, en meer nog, dat zij gelukkig zijn dat ze kunnen zingen. Zij lachen en stralen, wij horen bij lange geen Bach.
Als wij ons verveeld afwenden omdat we geen Bach horen, ontgaat ons het echte beleven van die kinderen.

Alain Platel

Toen Elsie de Brauw aan Alain Platel voorstelde om samen iets te realiseren, gaf hij haar als inspiratiemateriaal deze twee producties mee: de film over Estamira en Singing lessons 2. Zij zag de combinatie wel zitten en beiden gingen aan het werk. En dat is dan het geniale van Alain Platel dat hij met dit soort materiaal aan de slag kan gaan en iets wondermoois kan creëren.
Samen met Elsie de Brauw en zijn geweldige dansers toont hij dat het leven op een vuilnisbelt voor de mensen die zich daar ophouden, mooi en zinvol kan zijn. Dat schizofreen zijn niet betekent dat je niets zinnigs meer te vertellen hebt. Dat doofstom zijn niet verhindert dat je in je geestesoor volop kan genieten van een Kantate van Bach. En dat wij, de toeschouwer, de buitenstaander, de buur, de allochtoon, niet te gauw mogen oordelen.

De indruk die de voorstelling nalaat, kan ik niet omschrijven met enkele lovende adjectieven. Ik zou het moeten kunnen vatten in bijvoorbeeld een gedicht, maar dan zou ik de taal van een Nachoem Wijnberg of een Paul Celan nodig hebben.


Gerelateerde artikels:


Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinFacebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedin

One Comment

  1. annemie says:

    De moeite blijkbaar!



boekenkast-1

boekenkast-2

boekenkast-3