a common reader

Salar de Uyuni, Bolivia

· 30 October 2007 |  by Janantoon
· Published in: Zuid-Amerika  |  1 Comment
· Tagged with:

Wie nog niet in Bolivia geweest is, kan zich moeilijk de gevarieerdheid van de natuur daar voorstellen. We hadden al een en ander gezien: pampa’s, uitgestrekte landerijen rond Santa Cruz, regenwoud, in het noorden het Amazonewoud. En natuurlijk die enorme bergketen: de Andes. Het Andesgebergte is de ruggengraat van Zuid-Amerika. Ter hoogte van Peru en vooral Bolivia splitst de bergketen zich in twee cordilleras. Tussen deze twee bergruggen bevindt zich een enorme hoogvlakte, de altiplano, die zich golvend uitstrekt op hoogtes van 3800 tot 4200 meter boven de zee.
Op deze hoogvlakte bevindt zich in het noorden het mooie Titicacameer. Ook La Paz ligt op die vlakte, maar dan genesteld in een enorme canyon, zodat de stad meer tegen wind en koude beschut is. Nu hebben we het zuidelijke deel van die vlakte bezocht: de zoutvlakte van Uyuni en nog zuidelijker de woestijn.

Reizen in Bolivia is nooit vanzelfsprekend. De afstanden zijn enorm en de snelheid van het transport is erg laag door de slechte verbindingen. Bolivia is te arm om zich een uitstekend wegennet te kunnen veroorloven. Het aantal inwoners is net iets minder dan dat van België, maar het land is dertig keer zo groot. Dat alleen al verklaart dat de wegen onmogelijk perfect onderhouden kunnen worden (en dan zijn er mensen die al klagen over de wegen in België…)

Dag 1
Om vanuit La Paz naar het zoutmeer te reizen heb je een volle dag nodig. Rond 08.30 met een taxi naar de Terminal de Buses vanwaar we een comfortabele bus nemen richting Oruro.
Deze weg is goed: een onderhouden asphaltweg die La Paz verbindt met de mijnsteden Oruro (oa zilver) en meer naar het zuiden het bekende Potosí. We komen rond 13.00 aan in Oruro, een saai en schraal stadje dat alleen bestaat door de omliggende mijnen. Rond 15.30 vertrekt onze trein. Voor ons Europeanen lijkt dat normaal, maar hier is het dat niet. Een treinnet onderhouden is zo mogelijk nog kostbaarder dan een wegennet, en dit is dan ook de enige nog bestaande treinroute in Bolivia: van Oruro naar Uyuni en verder naar Potosí en Chile.

De trein is echter luxueus (tenminste in eerste klasse) en wie niet van het landschap wil genieten, kan naar een gedubde Amerikaanse film kijken. Er is zelfs een restauratiewagen en mochten er niet enkele luidruchtige Hollanders in onze coupé gezeten hebben, zou alles perfect geweest zijn. De rit duurt ongeveer zeven uur, dikwijls tegen een slakkengangetje, maar wel ongehinderd door de vele obstakels die de gewone wegen zo moeilijk maken. We komen dus toe rond 22.30 in Uyuni. Uyuni noemt zich ook ‘stad’, maar dat is een rekbaar begrip. We zien de schraalheid pas ‘s anderendaags, want in Bolivia is het steeds rond zeven uur donker. Ons hotel is echter zeer verzorgd. Wat wil je meer.

Dag 2
´s Morgens worden we opgehaald door de jeep en ontmoeten we de chauffeur, Satuco, en vier jonge Engelse medereizigers. De jeep wordt klaargemaakt voor een tocht van drie dagen: brandstof, water, eten, bagage bovenop het draagrek en alles stevig ingebonden tegen het zand. Bij ons staat het chique om met een (luxe)jeep rond te rijden, hier zijn de Toyota jeeps noodzakelijke werkpaarden.
De eerste stopplaats is het treinkerkhof. Uyuni was ooit een draaischijf voor het spoorwegnet in Bolivia. In de 19de eeuw reden hier Engelse stoomlocomotieven die veel later vervangen werden door Japanse diesels. Nu staat die Engelse glorie te verroesten in het hete zand, doelwit voor fotografen en prikbord voor verliefde koppeltjes.

Na deze ‘attractie’ rijden we door dor land richting Salar de Uyuni. Deze salar (zoutvlakte) is uitzonderlijk. Stel je een vlakte voor zo glad als een biljardtafel en met een oppervlakte zo groot als één derde van België. Als je er middenin rijdt zie je alleen maar een verblindende omgeving, alsof je op een ijsvlakte rijdt met de volle zon erop. In de verte wordt de vlakte begrensd door bergruggen van de Andes-keten.
Aan de rand van die zoutvlakte zijn enkele kleine dorpjes waar indígenas moeizaam zout vergaren en bewerken. Het zout wordt met speciale bijlen uit de grond gehakt en eerst te drogen gelegd voor het gemalen en geraffineerd wordt. De blokken zout zijn hard als beton en er worden verschillende zouthotels mee gebouwd.

De zoutvlakte is indrukwekkend, maar na een tijdje erg saai en daarom rijden alle jeeps met toeristen naar het enige speciale in deze vlakte: Isla Pescado. Midden in de zoutvlakte steekt een rotsachtig ‘eiland’ de kop op. Het noemt viseiland omwille van de vorm, maar bestaat vooral uit rotsen, koraalachtig gesteente en vooral enorme cactussen. Aangezien het hier lente is, heb ik enkele mooie cactusbloemen kunnen trekken.

We hebben de rest van de namiddag nodig om de andere kant van de vlakte te bereiken en we stoppen in een minuskuul dorpje waar ook onze herberg is: met zes op één kamer. Ik vraag me steeds af hoe die enkele familie’s daar kunnen overleven. Dagen verwijderd van echte leefgemeenschappen. Nauwelijks elektriciteit (‘s avonds met een generator), geen telefoonverbinding (er wordt gecommuniceerd via radioverbinding). Deze mensen overleven door het verbouwen van quinoa (een voedzame, graanachtige plant, je kan het bij ons kopen in de wereldwinkel) en het houden van llama’s.
De herberg is overigens voor lokale begrippen zeer verzorgd ingericht. Badkamercultuur staat echter op een laag pitje.

Dag 3
Rond 6 uur op, want we vertrekken om 7 uur voor een lange tocht naar het zuiden. We verlaten de zoutvlakte en rijden naar de zuidwestelijke uithoek van Bolivia die grenst aan Chile en Argentinia. Satuco heeft een andere route gekozen, want urenlang zien we geen enkele andere jeep. Deze streek had ik me niet kunnen voorstellen. We rijden urenlang tussen de uitlopers van het Andesgebergte in wat je niet anders dan een woestijn kan noemen. Eerst zijn er nog vlaktes met verdorde planten die wachten op de regen in januari, maar daarna zelfs dat niet meer. Satuco moet meermaals overschakelen naar 4×4 en dan nog in eerste.
Deze woestenij maakt enorme indruk op mij, maar de toerist heeft natuurlijk bezienswaardigheden nodig en die zijn er ook: af en toe stuiten we op een kleurrijke lagune (ze dragen de kleur als naam: Laguna Verde, Laguna Roja, etc, behalve Laguna Hedionda: de slechtruikende). Deze meren van brak water hebben de kleur van een of ander chemisch element. Ze bevatten bromine, sulfer, en andere aardige dingen, maar ook voldoende leven om massa’s flamenco’s te voeden.
Vooral Laguna Hedionda herbergt kolonies flamenco’s en andere vogels. We zitten nu al boven de 4.500 meter. We trekken verder door een regelrechte zandwoestijn. Nu zien we af en toe ook andere jeeps racen (tegen 50 per uur…) met een enorme stofwolk achter zich. Het lijkt wel Parijs-Dakar.
We passeren nog een actieve vulkaan en houden halt aan een plaats waar enorme rotsen door zanderosie zeer grillige vormen hebben aangenomen. De bekendste is ‘el árbol de piedra’, de stenen boom. Maar ook de andere formaties zijn indrukwekkend, alsof Henry Moore hier aan het beeldhouwen was.
Rond 17 uur komen we toe aan Laguna Roja waar een kampement is. Erg básico. En als ze in Bolivia básico zeggen, dan ís het basic.
Hier zijn de nachten erg koud, de temperatuur kan tot -18º dalen, maar dit is het goede seizoen en we geraken de nacht door zonder te bevriezen.

Dag 4
Opstaan om 04.30 want we vertrekken rond 5 uur, zonder ontbijt. We rijden ongeveer een uur voor de zon opkomt en dan zien we een luguber landschap van kolkende geisers. Deze streek telt heel wat inactieve en actieve vulkanen, en deze stomende gaten die naar sulfer rieken zijn er een uiting van. Zoiets moet Dante gezien hebben toen hij naar de hel afdaalde.
Later passeren we nog een grote poel bronwater dat vulkanisch verwarmd is tot ongeveer 35º. Je kan er heerlijk in baden. En rond de middag komen we toe aan Laguna Verde waar het ‘sightseeing’ gedeelte van de trip eindigt.
Maar we zijn natuurlijk nog niet thuis. We moeten nog zo’n 450 km naar Uyuni afleggen op diezelfde rotsachtige woestijnwegen, dus zo’n 8 à 9 uur rijden. De tocht verloopt echter goed tot we natuurlijk de onvermijdelijke klapband hebben. Vervelend, maar het kruidt de reis. Samen met Satuco is de klus vrij snel geklaard en we komen rond 18.00 toe te Uyuni.

Diezelfde avond nog nemen we een nachtbus naar La Paz. Die vertrekt rond 20 uur en komt toe te La Paz rond 05.30. Maar zover is het nog niet, want blijkbaar komt onze naam niet voor op de passagierslijst. Ik toon mijn boekingsbewijs van het reisagentschap te La Paz, maar niks hoor, de namen moeten op de lijst staan. Dan kijk ik mee en vind wél onze namen op de passagierslijst. Ha ja, maar er staat geen nummer van een voucher bij. De bekende liefde voor overbodige administratie van de Bolivianen, geeft hen het gevoel met iets belangrijk bezig te zijn. Nauwelijks nog beleefd dring ik aan dat hij dan maar een oplossing moet vinden. Enkele telefoontjes helpen. Dan moet hij een kopie nemen van onze pasaportes en ook van het tijdelijke visum, maar mijn vrouw heeft die niet bij zich. Ai, érg groot probleem. Gelukkig is mijn taalkennis voldoende om dan in een Spaanse colère te schieten en dat maakt blijkbaar indruk.

Dag 5
Die nachtbus is best luxueus, je krijgt er drank en eten en de zetels kunnen half liggend ingesteld worden. Maar die bus moet voor twee derde dezelfde soort woestijnwegen doen als we met die oersterke Toyota jeep gedaan hadden. Dus de eerste helft van de nacht kan ik niet slapen door het oorverdovend gedaver. Dit is niet zo maar schudden, dit is alsof je urenlang op een oude, slecht geëquilibreerde droogzwierder zit.
En dan in La Paz, na nog een taxirit, kunnen we eindelijk genieten van een lange hete douche met veel schuim.

Alle foto’s van de reis vind je hier.

Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinFacebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedin

One Comment

  1. Ronny De Schepper says:

    Een prachtige reportage, Jan. Volgende keer een camera meenemen, dan hebben we een boeiend alternatief voor alweer een of andere reality show op televisie. Dit gezegd zijnde, bekijk ik dergelijke reportages liever vanuit mijn luie zetel. Zelf ben ik hoegenaamd niet zo avontuurlijk aangelegd!



boekenkast-1

boekenkast-2

boekenkast-3