a common reader

Richard Sennett en Spinoza

· 9 July 2014 |  by Janantoon
· Published in: FILOSOFIE · FOCUS
· Tagged with: ·

Richard Sennett blijft me bezig houden. Dit boekje, De mens als werk in uitvoering1, had ik al langer, maar ik las het nu pas.
Het werd uitgegeven naar aanleiding van de Spinozalens die in 2010 aan Sennett werd uitgereikt. Sinds 1999 kent de Stichting Internationale Spinozaprijs tweejaarlijks de Spinozalens toe aan een internationaal vermaard denker over ethiek en samenleving.

Spinozalezing

Het boekje bevat natuurlijk de Spinozalezing, uitgesproken ter gelegenheid van het ontvangen van de onderscheiding, met als titel Humanisme: De mens als werk in uitvoering. De lezing gaat niet over Spinoza, maar over de 15de-eeuwse humanist Pico della Mirandola, die poneerde dat “de Mens is zijn eigen Schepping”. “Volgens Pico’s grondregel moet de verteller leren de verwarring en ontheemding in zijn of haar leven zo te vertellen dat hij of zij er niet verward door raakt.” [p. 40]
De verteller is ieder van ons die zijn leven probeert te overzien, de zin ervan ‘vertellen’.
Maar Sennett zou Sennett niet zijn mocht hij lang in het theoretische dwalen. Veertig jaar lang interviewt hij reeds mensen, werknemers van alle slag. In de jaren zeventig leken hun levensverhalen nog ‘goed opgebouwde plots’. Maar daarna heeft het kortetermijndenken steeds meer invloed gekregen. “In 1960 was de ‘winsthorizon’ die investeerders gebruikten om bedrijven te evalueren drie jaar, in 1999 was die drie maanden.” [p. 41]
Dat heeft ook gevolgen voor de omgang van bedrijven met hun werknemers. Die worden steeds meer verwisselbaar en het opbouwen van een levenslange carrière is er al lang niet meer bij2.

De chaotische, gedereguleerde tijd heeft ook een sociale dimensie. Kortetermijnorganisaties neigen ertoe de betrokkenheid te verminderen: hoe kun je loyaal zijn aan een wispelturige organisatie? Ik ontdekte inderdaad dat werknemers van middelbare leeftijd die loyaliteiten jegens bepaalde bedrijven ontwikkeld hadden, zich verraden voelen nu hun betrokkenheid zo weinig waard blijkt. Evenmin betekent werkervaring, of gewoon senioriteit, nog wat het ooit betekende, gezien de voorkeur van werkgevers voor jongere, goedkopere of plooibaardere werknemers. Het conflict tussen gedereguleerde kortetermijntijd en de menselijke levensloop kun je op de volgende manier samenvatten: hoe meer werkervaring, hoe minder de economische waarde ervan. Een andere samenvatting is dat het moderne kapitalisme van iedereen een arbeidsmigrant en van velen arbeidsballingen maakt.
Als je een schrijver of lezer met een bepaald temperament bent, huldig je de ‘postmoderne conditie’, zoals dat tegenwoordig heet, waarin de vloed van gebeurtenissen de zelfverzekerde stem van de verteller onttroond heeft. Als je een wetenschapper bent die het ‘posthumanisme’ onderzoekt, geloof je misschien dat het menselijk subject niet meer als de meester van de gebeurtenissen kan spreken.
Maar als je een gewone werknemer bent, moet je je stem vinden. Dan moet je, zoals onze voorvaders uit de renaissance, principes van continuïteit en eenheid vinden in de manier waarop je je concrete ervaring vertelt. [p. 41]

Richard SennettDit vind ik zo knap bij Sennett: hij heeft steeds aandacht voor de gewone mens. Hij groeide zelf op in relatieve armoede in Chicago.
Om je stem te vinden, om je verhaal te kunnen vertellen, moet je kunnen een stap achteruit zetten ten opzichte van het onmiddellijke. Mensen die dat kunnen, zullen meer houvast vinden, zullen een dragend levensverhaal kunnen vertellen.

verhalen vertellen

Over het nut van verhalen vertellen, ook als socioloog, heeft hij het in het tweede essay: Sociologie als literatuur. Om verhalen te vertellen moet je kunnen schrijven. En schrijven is een ambacht.

Al het schrijven is politiek in de manier waarop een schrijver betrokken is op zijn lezers. Met ontzetting heb ik gemerkt dat sociale wetenschappers, wanneer zij zich tot het algemene publiek richten, ertoe neigen een overzicht te geven en de zaken te versimpelen. Dat wil zeggen neerbuigend en laatdunkend te zijn. De lezer wordt uitgesloten als kritische partner in het denken van de schrijver. De las Casas, Montesquieu en Tocqueville behandelden hun lezers daarentegen meer als hun gelijken.
De politiek van je lezer neerbuigend toespreken getuigt ook van een verkeerde opvatting van het schrijven zelf.
Mensen die deze fout begaan denken misschien dat zij alles al kunnen weten voordat ze gaan schrijven. Ze verzamelen hun gegevens en gedachten en schrijven vervolgens de uitkomsten op, om anderen te laten zien wat zij al overdacht hebben. Terwijl het schrijven zelf een laboratorium, een werkplaats voor het denken zou moeten zijn, niet een presentatie achteraf. Wanneer we uitdrukkingsvol over de samenleving proberen te schrijven, zodat anderen geprikkeld en geraakt worden door wat we schrijven stuiten we op een heel specifieke reeks analytische problemen.

In dit schrijven als ambacht vond hij vier uitdagingen: de stem van de auteur, het verhaal, de prikkeling en generalisering. Ik vat zijn tekst hier samen, omdat het interessante beschouwingen over schrijven zijn.

stem

De stem is diegene die tot de lezer spreekt. In een roman is dat ‘ik’ of ‘hij/zij’ of ‘wij’. “In het schrijven van non-fictie is het gebruik van de stem een lastige en vaak frustrerende uitdaging.” [p. 62]
Voor hem betekent dit dan een stem geven aan anderen, ook al is hij het niet eens met hun meningen. Hij gaat in discussie met de mensen die hij interviewt, wat ook betekent dat hij hen serieus neemt. Zo geeft hij een dubbel perspectief aan de stem.

verhaal

In een roman accumuleert de handeling, de romanschrijver heeft controle over de gebeurtenissen. “Levensverhalen en collectieve verhalen bezitten die literaire eigenschap niet. Persoonlijke levensverhalen zijn vaak onsamenhangend, een puzzel van stukjes die niet passen. Collectieve verhalen nemen mogelijk niet in betekenis toe.” [p. 64]
Maar Sennett laat toe dat stiltes en gaten in het relaas zelf een deel van het verhaal worden. Hij zet het vertellen tegenover een statistische aanpak als die van Fernand Braudel.

prikkeling

Een belangrijk onderwerp is daarom nog niet interessant. Soms gaan schrijvers dramatiseren om de aandacht te trekken. Maar als alles crisis is, devalueert het begrip. “Mijn vertrekpunt is dat nieuwsgierigheid en verrassing veel langer durende stimuli zijn dan angst en vrees. Crisis vestigt de aandacht op een onderwerp, maar nieuwsgierigheid neemt de lezer mee in een boek.” [p. 66] Met verschillende, strijdige stemmen krijgt een tekst gelaagdheid. “In het schrijven willen we dezelfde soort focus tot stand brengen door tegenspraak en dissonantie in te voeren om de lezer op veelzeggende details te richten.” [p. 67]
Een andere methode om de lezer nieuwsgierig te maken draait om impliciete kennis, wat we vanzelfsprekend vinden, en dat stap voor stap te veranderen zodat het vreemd en prikkelend wordt.

Toen ik The Fall of Public Man schreef, onderzocht ik zo het handenschudden, een schijnbaar gewone vorm van publieke begroeting. Ik verbond het met lichaamsgebaren waarmee men zich in de achttiende eeuw tot vreemden richtte en vervolgens met conversatiegewoontes in taveernen en cafés. Mijn lezer werd zich hopelijk meer bewust van en nieuwsgieriger naar de betekenis van het handenschudden toen het verbonden werd met omarming, kussen en verbale begroetingen. Deze manier om de belangstelling van de lezer te wekken gaf mij ook iets: ik kon het publieke domein gaan zien als een sfeer van zintuiglijk waarneembare, fysieke ervaring. [p. 68]

generalisering

Sennett staat dikwijls stil bij individuen en bijzonderheden. Hoe kan hij van daaruit algemene sociale conclusies trekken? Want geen mens vertegenwoordigt een sociale categorie. Maar een sociale categorie is ook broos: “omdat een categorie die uit een miljoen mensen is samengesteld, in het bewustzijn van iedereen op onvolledige informatie berust.” [p. 70]
Sennett probeert iedereen die hij geïnterviewd heeft een eigen stem te geven binnen een geheel, zoals een instrument in een orkest. Op die manier gaat hij niet generaliseren, maar krijgen de verhalen een symboolwaarde.

Aan de hand van de technieken van het stem geven, het vertellen, het prikkelen van de nieuwsgierigheid en het symboliseren heb ik geprobeerd te laten zien dat het schrijven van sociale literatuur een ambacht is. Zoals in elk ander ambacht is inspiratie geen richtsnoer, noch volstaat in dit specifieke ambacht humanistische empathie. De sociale schrijvers die ik met name bewonder — Walter Benjamin, Roland Barthes, Michel Foucault en Michel de Certeau — schrijven allemaal anders, maar delen een wezenlijk ethos van vakmanschap. Allen ontwikkelden voor hun proza een reeks technieken, maar deze evolueerden in het verloop van hun carrières. Zo konden zij ontdekkingen doen in plaats van slechts hun vaardigheid te demonstreren. Al het vakmanschap zou die ambitie moeten hebben. Een goede techniek is geen vastliggend, gesloten systeem.


Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinFacebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedin

Comments are closed.

  1. Richard Sennett, De mens als werk in uitvoering
    Richard Sennett, De mens als werk in uitvoering

  2. Dit werkte hij uit in zijn: The Culture of the New Capitalism.



boekenkast-1

boekenkast-2

boekenkast-3