a common reader

over taal: van aaien tot ярмарка (jármarka)

· 5 October 2014 |  by Janantoon
· Published in: FOCUS · taal  |  2 Comments
·

Men kent een taal als men er met kleine kinderen in kan converseren.
Karel Jonckheere

Ik hou van taal en van talen. Ik hou van het ontdekken van de verborgen karaktertrekken van een taal. Zo zeg je in het Nederlands: ‘ik heb het glas laten vallen’. In het Spaans zegt men dat anders: ‘se me ha caído la copa’, wat zich vertaalt als ‘het glas is me ontvallen’. Hier ben ik de ‘schuldige’, ginder heeft het glas het gedaan. In het Spaans heb je veel van die onrechtstreekse denkwijzen. ‘Ik vind deze wijn lekker’ tegenover ‘a mí me gusta ese vino’ (deze wijn bevalt aan mij, de wijn is het onderwerp). Toch een ander instrumentarium om te denken dan het onze, nietwaar? En ik bedenk dat wie geen andere taal machtig is, de rijkdom noch de gebreken van zijn eigen taal ten volle kan onderkennen.

Erasmushuis AnderlechtTaal en talen ken je op zeer verschillende manieren. Gesproken en gehoord versus geschreven en gelezen. De gesproken taal krijg je het eerst, de moedertaal, de omgevingstaal. Spreken en horen zijn ook dan nog verschillend. Mijn echte moedertaal is een Mechels dialect. Later, via school en ook wel tv, verwierf ik een algemenere vorm van het Nederlands. Ik spreek geen Gents, maar versta het wel, zoals ook het Antwerps en het Limburgs. Soms krijg ik al last bij West-Vlaamse of Hollandse dialecten.
Nederlands lezen is natuurlijk geen probleem — als ik iets niet begrijp kan dit komen door de beperking van mijn woordenschat (wie kent de hele Van Dale?) of door de onbeholpenheid van de schrijver (zoals wel eens bij juridische taal). Ik schrijf vlot in het Nederlands, al durf ik wel eens een dt-fout over het hoofd zien en twijfel ik soms aan woorden met au/ou of ei/ij. In het Nederlands kan ik mijn boodschap toch vrij goed overbrengen, denk ik.

Passief ken je natuurlijk meer taal dan actief. Ik lees met genoegen Middelnederlandse teksten als Van den Vos Reynaerde of Beatrijs. Het verbaast me telkens hoe ‘rekbaar’ ons taalgevoel is; hoe ver we kunnen gaan in afwijkend taalgebruik of uitspraak voor het begrijpen ophoudt. Jaren geleden las ik een essay in het Afrikaans over het sonnet. Het maakte veel indruk op mij. Maar verder ben ik niet gegaan in die taal die ons zo dichtbij en toch vreemd is. Ik lees wel nog graag gedichten in het Afrikaans, zoals die van Elisabeth Eybers1. Traag, maar dat is het geëigende tempo voor poëzie.

Op de humaniora kreeg ik de laatste twee jaar een uurtje Duits van een enthousiaste leerkracht die ontoepasselijk Mr Frans noemde. Dat was niet voldoende om die taal te beheersen, maar wel als voorsmaak. Later ben ik Duits gaan leren door Heinrich Böll en Max Frisch eerst in het Nederlands en dan in het Duits te lezen. Ik ben niet bang om een roman in het Duits aan te pakken; misschien toch wel wat bang voor Thomas Mann.
Schrijven zit er niet in en praten, ja, in Duitsland moet men mijn kromme zinnen maar slikken, wetend dat zij weinig moeite doen voor andere talen en überhaupt niet voor het Nederlands. Het geeft mij al meer dan voldoening om Rilke in het origineel te kunnen lezen.

Erasmushuis AnderlechtVlamingen en Nederlanders kregen het Engels met de paplepel toegediend via filmen en tv-series, omdat die in ons taalgebied niet gedubd worden. Dat geeft ons een voorsprong, tenminste qua uitspraak, op onder meer de Duitsers, Fransen en Spanjaarden. Dat heeft ook een nadeel: het Engels is in zijn generieke vorm tot ons gekomen. Een mengelmoes van Oxford English, Amerikaans, Schots, cockney, Australisch en zo voort. Die gesproken varianten zullen we nog wel grotendeels herkennen, maar in een geschreven tekst van een Engelse schrijver zal ik niet — in tegenstelling tot elke Engelse lezer — een binnengeslopen amerikanisme kunnen detecteren.
Maarten publiceerde hier recent een kort artikel over de scrupulous writer. Hij schreef bewonderend — en in het Engels — over de eisen die George Orwell aan het correct en eerlijk schrijven stelde. Ik heb ook enorme bewondering voor Orwells manier van schrijven én denken. Maar juist deze bewondering weerhoudt mij ervan in het Engels te schrijven, al doe ik het hier soms nog.
Engels is nu eenmaal een lingua franca geworden, niet alleen in academia, maar op zoveel gebieden: liedjes, blogs, namen van winkels… Als een frituur zich Belgian French fries noemt, pas ik2.
Er wordt te veel Engels geschreven door niet-Engelstaligen waar dit niet voor academische of beroepsmatige redenen vereist is. Als ik Engelstalige teksten op sommige internet-sites lees, moet ik dikwijls meewarig lachen. Koeterwaals, Kauderwelsch, gibberish, gobbledigook, grammelot.
Als ik oneigenlijk taalgebruik bij anderen detecteer, moeten native speakers dat zonder twijfel ook in mijn teksten ondergaan. Dat remt mij meer en meer om nog in een vreemde taal te schrijven, tenzij ik een ruimer publiek wil bereiken. En dan zou ik nog liefst mijn teksten willen laten doorlezen door een hedendaagse Orwell, want het is quasi onmogelijk een scrupulous writer te zijn in een vreemde taal.

“Schrijven is schrijven aan iemand, de enige acceptabele vorm is de brief,” vond Willem G. van Maanen3. Als brieven schrijven de enige acceptabele vorm is, aan wie schrijf je dan op een blog? Misschien schrijf ik uitsluitend aan een vriendin, waarvan ik vermoed dat ze mijn brieven leest. Of aan een vriend. Antwoord krijg je zelden of nooit, dus het is een eenzame liefde, dit schrijven voor een blog. Vandaar dat je je toch de vraag kan stellen aan wie bloggers schrijven: aan de wereld? Dan inderdaad in het Engels, al bereik je met Spaans of Chinees ook heel wat mensen. Of aan vrienden?
Dikwijls schrijf ik gewoon voor mezelf, een tekst als getuigenis, zoals ingekraste namen in een boom. Ik was hier. Ik schrijf iets over een bezochte tentoonstelling, zoals die van Vivian Maier, als geheugensteun. Of als het bijhouden van een logboek, zoals ik nog steeds — sinds 1983 — elk gelezen boek noteer in mijn boekenschrift.

Erasmushuis AnderlechtFrans kreeg ik natuurlijk op de humaniora. Maar dat was niet voldoende om me die taal echt toe te eigenen. Het was ook een taal die in mijn omgeving niet leefde. Het spijt me nog steeds dat ik de taal van onze landgenoten niet beter beheers. En ik vind het zeker erg dat bij jongeren een volledige desinteresse voor het Frans heerst. In een land als België is dat dom en getuigt van een gebrek aan respect.
Toch was ik al vroeg weg van de Franse poëzie. In mijn adolescentie was Jacques Prévert4 een lievelingsdichter. En de romans van Antoine de Saint-Éxupéry heb ik verslonden. Nog steeds kan ik het begin van Terre des hommes reciteren. Frans lezen doe ik nog steeds, de laatste tijd bv Pierre Assouline en Marc Dugain. Schrijven durf ik niet: mijn toenmalige leraar Frans, een jezuïet, zou mijn dromen rood kleuren.

Met kleine kinderen kunnen praten, zoals Karel Jonckheere terecht opmerkte, is een taal werkelijk beheersen. Ik vertaalde dat voor mezelf: met mijn kleinkinderen kunnen praten. Ik ben Spaans beginnen studeren zodra mijn eerste kleindochter, Amanda, in La Paz geboren werd. En daarmee heb ik me niet alleen een nieuwe taal, maar ook een andere wereld geopend. De stugge Spaanse cultuur en de Zuid-Amerikaanse warmte. Het Spaanstalige lied van Ismael Serrano tot Atahualpa Yupanqui. De weelderig rijke literatuur van Federico García Lorca over Pablo Neruda, langs Gabriel García Márquez en Miguel Delibes. Gewoon teveel om op te noemen. En Spaans geeft in combinatie met Frans ook wat inzicht in Italiaans en Portugees.
Ik beheers het Spaans zoals het Engels, zodat ik hier ook wel eens in het Castiliaans durf schrijven, maar met hetzelfde aangehaalde voorbehoud als voor het Engels.

En nu Russisch, omwille van de dwaze uitdaging om inzicht te krijgen in een niet-Germaanse en niet-Romaanse taal. Gelukkig behoort het nog wel tot de Indo-Germaanse taalgroep, wat je toch wel merkt in bijvoorbeeld de persoonlijke voornaamwoorden. Of bijvoorbeeld in een woordje als ночь (notsj): nacht, night, nuit, noche. En gelukkig zijn er ook veel leenwoorden: heel veel uit het Frans, maar toch ook wel uit het Nederlands5 zoals ярмарка (jármarka): jaarmarkt.
Er zal echter nog veel water door de Wolga stromen voor ik Anna Achmatova of Joseph Brodsky in het origineel kan lezen.


Foto’s genomen in de tuin van het Erasmushuis.


Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinFacebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedin

2 Comments

  1. Annemie says:

    Zo mooi gezegd, Jan! Je weet hoe gevoelig ik ook ben voor taal, of het nu gesproken of geschreven is! Deze namiddag naar een lezing geweest door Peter Verlinden, de journalist over Congo. Zeer interessant, maar dubbel zo aangenaam omdat de mens zeer vlot spreekt, en in een onberispelijke taal. Ben ooit nog eens weggegaan omdat de spreker ons toesprak alsof we een bende kleine kinderen of halve debielen waren, vreselijk. Moedig om Russisch te leren, is niet gemakkelijk , zeggen ze! Blijf maar schrijven, maat, ik lees het graag…

  2. Janantoon says:

    Dag Annemie,
    Bedankt voor de reactie. Voor vriendinnen als jij blijf ik schrijven.
    Groetjes,
    Jan

  1. Elisabeth Eybers, Gedigte
    Elisabeth Eybers, Gedigte

  2. Er bestaan verfrissende uitzonderingen, zoals deze tuinzaak met de mooie naam: Hofmakerij Rechts van de kerk.

  3. Willem G. van Maanen
    Het nichtje van Mozart
    Willem G. Van Maanen, Het nichtje van Mozart

  4. Paroles van Jacques Prévert heb ik stukgelezen.
    Jacques Prévert, Paroles

  5. Tsaar Pjotr I (1672–1725) deed veel ervaring op in Amsterdam.



boekenkast-1

boekenkast-2

boekenkast-3