a common reader

Orhan Pamuk, Snow

· 23 January 2006 |  by Janantoon
· Published in: andere literatuur
· Tagged with:

De Turkse schrijver Orhan Pamuk staat op dit ogenblik terecht voor een rechtbank in Istanbul, beschuldigd van “belediging van de Turkse identiteit” (zie BBC news 14 december 2005). Als ik zoiets lees, weet ik niet of ik moet schaterlachen of juist bitter wenen. Allebei misschien.
Pamuk zou de Turkse identiteit beledigd hebben door in een interview met een Zwitzerse krant te praten over de dood van 1 miljoen Armeniërs in het begin van de 20ste eeuw en van 30.000 Kurden in de jaren 80. De kwestie ligt zeer gevoelig in Turkije. Enerzijds willen ze zulke dingen gewoon niet toegeven, zwijg erover!, anderzijds willen ze zich profileren als een moderne natie, een democratie die het waard is om opgenomen te worden in de Europese gemeenschap. Wat is dat toch met die koppige, blinde trots van sommige naties? Hoe moeilijk is het toch de zonden van het verleden toe te geven om met een schone lei te beginnen. Ik schreef hierover meer in mijn tekst over Orwell’s Nineteen eighty-four.
Naar aanleiding van deze berichten heb ik Snow gelezen, één van zijn bekendste romans (naast bv My name is Red). Snow vertelt het wedervaren van de Turkse dichter Ka (een verwijzing naar Kafka?) die in Frankfurt woont, maar bij een bezoek aan Istanbul doorreist naar het provinciestadje Kars waar hij hoopt het hart van de wondermooie Ipek te veroveren. Het boek beschrijft de gebeurtenissen van enkele dagen in een klein stadje dat door overvloedige sneeuwval van de buitenwereld is afgesloten. Ka profileert zich als journalist van een Duitse krant om zodoende zijn nieuwsgierigheid naar een golf van zelfmoorden bij Islammeisjes te kunnen bevredigen. Hij vindt vooral een gepolariseerd stadje, met fundamentalistische Islamisten, met een overdreven aandacht voor de hoofddoek van Islammeisjes, met de willekeur van politie en leger, met vooral mensen die krampachtig verlangen naar een menselijk en waardig bestaan.
Terwijl hij hals over kop verliefd wordt op Ipek, vindt er een soort operetterevolutie plaats (wel met enkele tientallen doden) waarin hij onvermijdbaar wordt opgezogen.

In een van Ka’s gesprekken met een jonge gelovige viel me volgende passage op:

“I’m so happy you’re here,” said Necip. “Are you writing a poem? I would like to apologise for my friend, the one who called you an atheist. It’s the first time in their lives they’ve come face to face with an atheist. But it seems to me that you couldn’t really be an atheist, because you are such a good person.

De cursivering is van mij. Een vriend van mij zei me vroeger eens net hetzelfde. Vreemd toch, die cirkelredeneringen. Zij verbinden goedheid met geloof en dus moet iemand die zij goed vinden gelovig zijn, ook al beseft die persoon dat zelf niet. Zo zou ik kunnen antwoorden: “Ik denk dat je niet echt een gelovige kan zijn, want je bent zo’n verstandig man.”

Snow laat me achter met gemengde gevoelens. Het is een beeld van een armoedige gemeenschap die op zoek is naar waardigheid en naar zingeving, en die zeer ambivalent staat tegenover de bemoeienissen van het Westen.

“If you write a book set in Kars and put me in it, I’d like to tell your readers not to believe anything you say about me, anything you say about any of us. No one could understand us from so far away.”

Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinFacebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedin

Comments are closed.



boekenkast-1

boekenkast-2

boekenkast-3