a common reader

Oorlog en terpentijn

· 3 February 2014 |  by Janantoon
· Published in: FOCUS · Nederlandse literatuur
· Tagged with:

Stefan Hertmans, Oorlog en terpentijnStefan Hertmans is twee jaar ouder dan ik. Hij is geboren in 1951. Maar de grootvader waarover hij in Oorlog en terpentijn schrijft, werd geboren in 1891, terwijl mijn grootvader (mijn peter) van 1906 was. Een halve generatie verschil: de ene was 8 jaar oud toen de Groote Oorlog begon, de andere 23 en onder de wapens.

Twaalf november 2013, een avond in Passa Porta: een gesprek tussen Stefan Hertmans en Paul Scheffer met Yves Desmet als moderator. Beiden hebben een boek geschreven over hun grootvader. Paul Scheffer schetst het levensverhaal van zijn grootvader Herman Wolf1, een in de jaren twintig en dertig bekende filosoof.

Het gesprek is interessant, maar de grootvaders komen uit geheel andere werelden. Hertmans’ grootvader langs moeders kant, Urbain Martien, komt uit een arm gezin, levend in het Gent van de late negentiende eeuw. Zijn vader schilderde heiligen en religieuze taferelen in kerken en kloosters. Piëteitsvol werk dat door de kerk gewaardeerd werd, zij het niet voldoende om een gezin goed te kunnen onderhouden. Armoede was zo mooi, nietwaar?

Armoede kende mijn eigen grootvader ook. Ik herinner me dat hij vertelde dat ze toen hij klein was, uit één grote pan op tafel aten: aardappelpuree met ajuin. Keuterboerkes. Mensen moesten zien rond te komen, de eindjes aan mekaar knopen. Een kermis was nog een feest, dan werd er goed gegeten, met vlees in veel vet, en pudding en bier.

Wat Hertmans doet, is teruggrijpen naar een geschiedenis die even onbereikbaar is dan de middeleeuwen, maar waarmee we allemaal nog een band hebben. Onze wortels zitten daar nog. Daarom greep het boek me ook zo aan. Ik leef ook in Gent. Ik had ook zo’n grootvader. Geen overtuigde katholiek zoals Urbain Martien, maar een hevige socialist. Goede mensen allebei, degelijk, rechtopstaand.

Ik begrijp de schroom waarmee Stefan Hertmans is beginnen schrijven over zijn grootvader. Die had jarenlang zitten schrijven aan een soort memoires, zo’n 600 pagina’s. Hij gaf het bundel aan zijn kleinzoon kort voor zijn dood in 1981. En het duurde dertig jaar voor Hertmans ermee aan de slag ging. Tegelijk merk je die drang om die man beter te leren kennen, alsof je daardoor een onmogelijk gesprek kan voeren. Die drang voel ik ook tegenover mijn grootvader. Maar die heeft helaas niets op schrift nagelaten.

Dit is een aangrijpend en boeiend boek. Zowel door de persoonlijke zoektocht van Stefan Hertmans, door het beschrijven van Gent rond het begin van de vorige eeuw, het ooggetuigenverslag van de eerste wereldoorlog en het met mededogen geschreven verhaal van het leven van zijn grootvader.


Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinFacebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedin

Comments are closed.



boekenkast-1

boekenkast-2

boekenkast-3