a common reader

omtrent Shostakovich

· 4 October 2011 |  by Janantoon
· Published in: muziek
· Tagged with: ·

Vorige donderdag kon ik een uitzonderlijk concert meemaken te Leuven, als onderdeel van het Festival van Vlaanderen Vlaams-Brabant. Das Wohltemperierte Klavier van Bach werd op klavecimbel gespeeld door Andreas Staier, afgewisseld met preludes en fuga’s van Shostakovich, op piano gespeeld door Alexander Melnikov.
De laatste tijd heb ik me erg in Shostakovich verdiept. Ik had al langer zijn viool- en celloconcerti en enkele andere werken. Op een gegeven moment begon ik zijn biografie te lezen, die ook al zo lang in mijn boekenkast stond. En plots ben ik een groot deel van zijn discografie gaan verzamelen: de symfonieën, de strijkkwartetten, pianowerk, opera en fimmuziek.

Shostakovich bleef voor mij steeds ergens op de achtergrond, tussen Bartók en Britten. Een biografie geschreven door Elisabeth Wilson stond al jaren in mijn boekenkast. Waarom ik me dan net dit jaar ben beginnen verdiepen in Shostakovich weet ik ook niet.
Alleszins was de biografie van Elisabeth Wilson (Shostakovich. A Life Remembered) zeer interessant, ook door de methode. In plaats van een gewone biografie te schrijven, laat zij vrienden en kennissen en getuigen aan het woord. Een aanpak te vergelijken met de uiterst gedetailleerde biografie van Schidlowsky over Pablo Neruda.
Het leven van Shostakovich spreekt tot de verbeelding, doordat hij moest leven en werken in zeer woelige tijden, niet in het minst onder de terreur van Stalin, terreur die hij persoonlijk ook ondervonden heeft.

Shostakovich dissident?

Als men het over Shostakovich heeft, komt telkens de vraag naar boven of hij al of niet een dissident was. Zo bijvoorbeeld tijdens een interview van Alexander Melnikov (Shostakovich: The Preludes & Fugues). In de cd-box zit ook een dvd waar Andreas Staier, ja dezelfde van het concert, Alexander Melnikov interviewt. Zeer interessant, maar ook daar komt die vraag naar boven, alsof dat de enige interessante vraag is die men over hem kan stellen.
Punt is dat Shostakovich in de eerste plaats een musicus was. Hij wou gewoon kunnen muziek maken. Maar terwijl een componist in het westen alleen ‘af te rekenen’ had met het publiek en met bv concertorganisatoren en platenlabels, moest een Sovjetcomponist rekening houden met de smaak van het ‘volk’. Maar die smaak van het volk werd bepaald door de autoriteiten, door bureaucraten, met Stalin op kop.
Dat het misnoegen van Stalin dodelijk kon zijn, is genoeg gedocumenteerd. Lees bv het leven van Osip Mandelstam er op na (The Stalin Epigram van Robert Littell).
Stalin had echter een zeer ambivalente houding tegenover kunstenaars. Zij konden zijn misnoegen oproepen als ze niet voldeden aan het socialistisch ideaal voor kunst, maar als hij wist dat zij zeer goed waren, werden ze meestal niet volledig geëlimineerd. Een voorbeeld daarvan is Anna Achmatova, zij heeft geleden, heeft honger en miserie gekend, mocht niet publiceren, maar werd voor de rest ontzien, iets wat anderen niet konden hopen. Tijdens het beleg van Stalingrad werd ze zelfs uit de stad weggehaald, zoals ook andere belangrijke kunstenaars (waaronder Shostakovich).
Shostakovich zal misschien nooit in levensgevaar geweest zijn, maar dat kon niemand garanderen. En als je een idee wil krijgen van het effect van staatsterreur op de gewone mens, lees dan 1984 van George Orwell, waar die terreur op meesterlijk wijze geschilderd wordt.
Shostakovich was geen lafaard, maar hij werd wel gedwongen om zijn ganse leven lang een soort dubbelleven te leiden. In de persoonlijke sfeer was hij zeker een aangenaam mens, fervent voetballiefhebber, hield van lachen en dronk graag een stevig glas wodka en hij kon ook best overweg met vrouwen. Daarom toon ik ook een foto van een lachende Shostakovich, hier samen met Benjamin Britten. Zij waardeerden erg elkaars muziek. Maar het gaat mij hier om de lachende componist, omdat hij meestal nogal somber en eenzelvig, achter zijn dikke brillenglazen, afgebeeld wordt.
In zekere zin had hij de pech dat zijn muziek hem nu eenmaal in de openbaarheid bracht, waar hij dan de achterdocht van domme aparatschits moest ondergaan. Heel dikwijls verzuchtte hij “waarom laten ze me niet met rust, waarom laten ze me niet gewoon componeren”.

biografie

Elizabeth Wilson’s biografie is om verschillende redenen interessant. Zij speelt zelf cello in het Xenia Ensemble. Zij is geboren in Londen, maar als dochter van ambassadeur Archibald Duncan Wilson komt zij Moscau terecht waar zij in het conservatorium studeert bij Mstislav Rostropovich. Zij spreekt dan ook Russisch, wat haar toeliet een aantal mensen uit Shostakovich’s entourage te interviewen.
Leuk om in de rand van de biografie te lezen is de briefwisseling tussen Shostakovich en zijn vriend Isaak Glikman. Die brieven getuigen niet alleen van een grote capaciteit voor vriendschap, maar ook van de sfeer waarin men moest leven. Bijna alle brieven hebben de notities van Glikman nodig om de dubbele bodems te verklaren. Elke brief kon willekeurig door de censuur geopend worden. Daarom schreef men zo dat de censuur niets kon aanmerken op de inhoud (ironie is moeilijk te bewijzen), maar waarbij de lezer precies wist wat er bedoeld werd. Op die manier las iedereen ook de Pravda, en eigenlijk alles werd getoetst op een verborgen betekenis.
Mijn vriend Ronny De Schepper stelt daaromtrent een vraag in zijn tekst over Shostakovich (de Sjos zoals hij hem oneerbiedig noemt):

Dat jaar schreef de Sjos zijn elfde symfonie, die hij heel expliciet de titel “1905″ meegaf, m.a.w. de bestorming van het Winterpaleis. Na zijn dood wijzen “waarnemers” er echter op dat deze symfonie een jaar na de inval in Hongarije is gecomponeerd en dus zou in de eerste beweging (“het paleisplein”) niet zozeer de terreur van het tsaristische regime, dan wel van het Sovjetregime worden uitgebeeld. Je moet mij eens komen uitleggen hoe je dat in muziek kunt laten hóren!

Dat kan je natuurlijk niet hóren in de muziek, Ronny, maar elke Rus zal er zich van bewust geweest zijn, net door dat taalsysteem van dubbele betekenissen. De revolutie van 1905 was, net zoals de Hongaarse, een mislukte revolutie met terreur als gevolg. Een goede verstaander heeft maar een halve symfonie nodig, nietwaar. Shostakovich kon natuurlijk geen symfonie aan de Hongaarse opstand wijden, maar het feit dat hij op dát moment er net een aan 1905 opdraagt, is veelzeggend.

Shostakovich kreeg reeds zeer vroeg in zijn carrière een koude douche, na de presentatie van zijn opera Lady Macbeth of Mtsensk. Vanaf dan heeft hij steeds twee soorten werken geschreven: muziek voor de officiële wereld (waaronder een aantal symfonieën) en andere muziek voor de intimi. Daartoe behoren zeker zijn strijkkwartetten, ook werken als zijn 24 Preludes en Fuga’s (opus 87).
Een zeer interessante inleiding tot deze persoonlijke muziek is Music for Silenced Voices van Wendy Lesser. Met veel inlevingsvermogen bespreekt ze het tot stand komen van de strijkkwartetten en overloopt daarbij ook de biografie. Een werk als dit geeft veel meer inzicht in de muziektaal van Shostakovich, en in zijn gebruik van citaten en verwijzingen om boodschappen te verbergen.
Maar los van al dit is zijn muziek, voor mij althans, van een enorme rijkdom en variëteit. Niet voor niets moet je dikwijls denken aan Bach en aan Mahler, twee componisten die Dmitri erg bewonderde.

Om te besluiten nodig ik je uit om het gedicht It is not seemly to be famous van Boris Pasternak te lezen. Het lijkt me zeer toepasselijk op het leven Dmitri Shostakovich.

Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinFacebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedin

Comments are closed.



boekenkast-1

boekenkast-2

boekenkast-3