a common reader

Machu Picchu, het raadsel en de attractie

· 10 September 2012 |  by Janantoon
· Published in: geschiedenis · Zuid-Amerika
·

Mijn oudste dochter woont in La Paz, Bolivia, al meer dan tien jaar. Elk jaar reis ik dus die richting uit om haar en mijn kleindochtertjes te bezoeken. Naast het verblijf bij mijn dochter en de bezoekjes aan familie en vrienden, probeer ik altijd wat mee te pikken uit Bolivia of de omringende landen. Zo maakte ik twee jaar geleden een soort pelgrimstocht naar de huizen van Pablo Neruda in Chili. Ik legde mijn ervaringen vast in een kleine gedichtenbundel (Las casas de Neruda, te koop als e-book op lulu.com).

Op weg naar Machu Picchu

Dit jaar bezochten we Machu Picchu. Ik had deze magische plek al in 2001 bezocht, maar ik wou die ervaring graag overdoen. We vertrokken vanuit La Paz met een bus die 13 uur deed over het traject naar Cusco. Een sprint, quasi zonder stoppen, door de altiplano, langs het Titikaka-meer, door Puno. In het heengaan was het een dagreis, in het terugkomen een nachtrit (o wee als je geen deken bij hebt). In Cusco verbleven we in het sympathieke hotel El Balcón. Vanuit Cusco hebben we dan de omgeving bezocht, uiteraard voor de Inca-ruïnes (buiten het roven van goud hebben de Spanjaarden daar niet veel constructiefs gedaan). Vooral de begeleide tour door de Inca-vallei vonden we zeer interessant. Plaatsen als Pisaq en Ollantaytambo tonen de kracht van het Inca-imperium, en waren voor ons een mooie inleiding tot Machu Picchu zelf.
Daarna reden me met Perurail naar Aguas Calientes, het dorpje aan de voet van de heilige berg, urenlang door de woeste vallei van de Urubamba. Maar wat een ontgoocheling daar. Elf jaar geleden stopte die trein nog midden in het dorpje (zie foto), nu stond er een heus station waar treinen met toeristen af en aan rijden. Vergeleken met elf jaar geleden — toch geen eeuwigheid — heeft het toerisme zich minstens verdubbeld. Ook in Cusco zelf trouwens. In zoverre dat het wansmakelijk is geworden. Gelukkig staat Machu Picchu zelf op de werelderfgoedlijst van Unesco, zodat de site tenminste nog gespaard blijft. Anders zou het zeker nu al een soort pretpark zijn.
Kijk maar eens naar de grafiek van het Instituto Nacional de Cultura. Recent nog werd er gebakkeleid tussen het INC en de toeristische sector in Peru. Het INC wil het aantal bezoekers per dag beperken tot 2500, de toeristische sector wil dat graag verdubbelen. Die sector verdient er natuurlijk aan: transport, gidsen, tour operators, hotels, restaurants, verkopers van prullaria. Het viel me op dat de kost om Machu Picchu te bezoeken het tienvoud is van de prijs van het inkomticket zelf. Daar zouden ze dus al iets kunnen aan doen.
Onze gids zei dat er nu jaarlijks twee miljoen bezoekers waren. Die sloeg dus maar iets uit zijn nek, iets wat gidsen daar wel meer doen. Ik kan ze ook wel begrijpen. Door de grote massa toeristen moeten die jongens elke dag opdraven (soms meerdere keren per dag) om een verhaaltje te doen aan meestal ongeïnteresseerde mensen (achter hun camera).

Toerisme: stenen wel, mensen niet

Daarom hou ik er niet van om toerist te zijn. In Europa ben ik geen toerist, ik kan met de mensen praten. In Bolivia ben ik geen toerist, het is als een tweede thuis. Toerisme, zoals dat geëvolueerd is, is het massaal inpalmen van een plek omdat er zon/zee/bergen zijn of omdat er interessante stenen staan of goede wijn wordt gemaakt. Dat op die plekken ook nog mensen wonen, wordt er dan maar bijgenomen. Er zijn tenslotte garçons nodig. Ik weet wel, ik heb ook gezondigd. Heb ook Istanboel bezocht zonder Turks te spreken en Marrakech zonder Arabisch. En ja, ja, ik sta ook op de obligate foto met Machu Pichu er achter. Maar dat zijn zowat mijn enige ‘zonden’ en ik voel me daar zelfs niet goed bij.
Wat me tegen de borst stuit, zijn die horden mensen die naar gebouwen lopen te gapen ongehinderd door enige kennis of inzicht in wat ze zien. Meestal doen ze daar ook niet de minste moeite voor, noch om zich in te leven in de cultuur of levenssituatie van de lokale mensen, zodat ze dus alleen maar prentjes kunnen trekken en bekijken.
Een voorbeeld. Machu Picchu staat op de lijst om aan te vinken voor elke Peru-toerist. Cusco heeft nu een Machu Picchu-museum in het Casa Concha (ik vond er geen website van!!!) Hiram Bingham ontdekte Machu Picchu in 1911. Zijn expeditie werd onder andere gefinancierd door de Yale University. De vondsten die Bingham deed, verhuisden dan ook allemaal naar New Haven, Connecticut. Peru heeft lang geijverd om de verzameling terug te krijgen. Dat is recent gedeeltelijk gelukt. Een deel van de vondsten worden nu tentoongesteld in het centrum van Cusco, in een mooi en zeer verzorgd museum.
En er was daar geen kat.

Iets voor Spinoza

Ondanks de commerciële doening is het sacrale karakter van de site niet verloren gegaan. Wat precies het doel van deze stad was — niet op de meest evidente plaats gebouwd — zullen we wellicht nooit weten. Maar sacraal durf ik het noemen, en dat hoeft niet per se religieus te zijn. Een Oxford college is geen religieus gebouw en heeft toch ook iets sacraals. Door de vormgeving, het uitzonderlijke, de plechtige traditie, een plek gewijd aan denken, etc. Dit wordt ook erg benadrukt in de studie over Machu Picchu door de Peruaanse historicus Luis E. Valcárcel. Een plek buiten het drukke dagelijkse leven.
Machu Picchu zou een plek geweest zijn voor Spinoza. Je voelt je hier verbonden met — maar ook klein door — de hemel, de bergen, de natuur. Het is ook een plek voor een dichter als Pablo Neruda, die er een deel van zijn Canto General aan wijdde. Die gedichten zijn apart verschenen samen met foto’s van Barry Brukoff in een prachtige uitgave van de Bulfinch Press.

Waarschijnlijk is het de laatste keer dat ik deze plek gezien heb. Al blijft de interesse wel levendig. Een écht bezoek aan de vallei van de Inca’s zou echter heel anders moeten georganiseerd worden. Je zou dan veel langer in Cusco moeten verblijven en op zoek gaan naar de vele interessante plekken die men doorgaans links laat liggen. Je zou dan ook zelf een degelijke gids moeten zoeken, misschien een gepensioneerde historicus die wat wil bijverdienen, en met lokaal vervoer op weg gaan (en dus ook de toeristenvallen vermijden). Maar dat is een heel andere onderneming. Pero, ¿quién sabe?

Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinFacebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedin

Comments are closed.



boekenkast-1

boekenkast-2

boekenkast-3