a common reader

Le portail van François Bizot

· 22 April 2014 |  by Janantoon
· Published in: FOCUS · geschiedenis · mensenrechten · politieke leugens
·

Bizot, Le portailEen boek als Le portail van François Bizot laat je niet onberoerd. Mij toch niet. Ik werd er triest en zeer moe van.

François Bizot (°1940) is een Franse antropoloog gespecialiseerd in de studie van het boeddhisme. In 1965 installeert hij zich in een dorp in de provincie Siem Reap in Cambodja. Hij leert er het Khmer en bestudeert de lokale uitingen van het boeddhistisch geloof. In 1971 wordt hij tijdens één van zijn studiereizen, samen met zijn twee Cambodjaanse assistenten, gevangen genomen door de Rode Khmer. Zij worden geïnterneerd in een klein concentratiekamp dat geleid wordt door Kaing Guek Eav, bijgenaamd Douch (de jongeman links op de voorpagina). Douch zal later het hoofd worden van het grote concentratie- en vernietigingskamp Tuol Sleng.
Voor de Rode Khmer is zowat elke westerling een spion van de CIA. Maar in 1971 doet Douch nog de moeite om François Bizot maandenlang te ondervragen en inlichtingen in te winnen. Er ontstaat een vreemde verhouding tussen de bewaker en de gevangene. Tegen de zin van andere Khmerhoofdmannen slaagt Douch er toch in François Bizot na een aantal maanden vrij te krijgen.

François BizotDeze belevenissen beslaan de eerste helft van het boek. François Bizot schrijft zeer goed. Hij beschrijft alles met openheid en eerlijkheid en zonder rancune, een houding die me aan Primo Levi deed denken. Tegelijk durft hij openlijk voor zijn mening opkomen.
Zo beschrijft hij een ontmoeting met de Franse journalist voor Le Monde, Jean Lacouture, die niet kan en wil geloven in de aanwezigheid van Vietnamese soldaten in het noorden van Cambodja, hoewel François Bizot hem een Vietnamees vrijgeleide kan tonen. Maar de linkse journalist schreef nu eenmaal tegen de aanwezigheid van de Amerikanen in Cambodja, en het excuus daarvoor mocht dan ook niet waar zijn. Oogkleppen vergemakkelijken voor veel mensen hun werk en hun kijk op de wereld. Onze landgenoot Simon Leys heeft iets gelijkaardigs meegemaakt rond de Chinese culturele revolutie.

Maar evenmin is hij mals voor de Amerikanen. Als hij gevangen genomen wordt, spreekt een Rode Khmer hem in het Engels aan, maar hij doet alsof hij alleen Frans verstaat.

Pourquoi cette feinte? Cette réaction allait peut-être me coûter la vie! La vérité, c’est qu’ayant vécu pendant des années dans un village khmer, marié moi-même avec une femme Cambodgienne, me sentant si proche et si solidaire des habitants du cru, je ne pouvais supporter d’être pris pour un Américain. Qu’un Khmer s’adressât à moi en anglais me mettait immédiatement de mauvaise humeur. Pas à cause du drame vietnamien: pour bien des paysans du coin, attachés à leurs traditions et réfractaires aux nouvelles idéologies, la révolution communiste venait perturber leurs mode de vie ancestraux. Non, c’était la méthode grossière des Américains, leur ignorance crasse du milieu dans lequel ils intervenaient, leur démagogie maladroite, leur bonne conscience déplacée, et cette sincérité bon enfant qui confinait à la bêtise. Ils étaient totalement étrangers au terrain, animés de clichés sur l’Asie dignes des guides touristiques les plus sommaires, et se comportaient en conséquence. [66]

In het kamp houdt hij ook zijn ogen eigen wijd open. Douch, de kampleider, werd geboren in 1942 en was dus van dezelfde leeftijd als François Bizot. Maar de meeste strijders waren zeer jong, adolescenten, kinderen soms. Kinderen werden trouwens bij hun ouders weggehaald en werden vanaf 8 à 9 jaar geïndoctrineerd. Hij beschrijft de dagelijkse vergadering die erg leek op de biechtseances van een religieuze sekte. Eerst moest iedereen een zwakte van die dag opbiechten, om daarna zijn leven te beteren. Daarna, veel erger, was het een rondje verklikken. “La délation est le premier devoir du révolutionnaire. On citait l’exemple de jeunes gens qui aimaient la Révolution à ce point qu’ils n’avaient pas craint de dénoncer leur père et leur frère…”
Of van die domme, ongefundeerde regels: “Consommer un œuf était un acte anti-révolutionnaire — seule la viande apaise la faim du combattant.”

Veel in dit boek zet aan tot denken. Over taal en vertalen bijvoorbeeld. Bizot spreekt heel de tijd Khmer met Douch, maar als deze hem vraagt om kort zijn leven, een soort curriculum vitae, en zijn activiteiten op te schrijven, kan hij dat alleen in het Frans. De taal van de kolonisator en nu van de gevangene. Over het ontoereikende van vertalen:

J’avais horreur de communiquer en français avec des Khmers: les phrases me semblaient plates, vides de sens, parce que ce ne sont pas seulement les mots qui diffèrent d’une langue à l’autre, ce sont aussi les idées qu’ils traduisent, les façons de penser et de dire. Je ne pouvais rendre dans ma langue ce que j’avais à expliquer à mon bourreau. Les liens que étaient en train de s’établir entre nous dépendaient totalement de notre capacité à nous comprendre, sur un terrain commun; et ça ne pouvait se faire que dans sa langue. [101]

Op een gegeven moment dacht ik ook aan Hannah Arendt (the banality of evil). Bizot dacht ook in categorieën als ‘le bourreau-monstre’, maar zo kan hij Douch niet zien.

J’étais effrayé. Jamais je n’aurais cru que le professeur de mathématiques, le communiste engagé, le responsable consciencieux, puisse être en même temps l’homme qui cognait. […] Cette nuit de Noël, un grand pan de ma naïveté tomba. J’avais été jusque-là pénétré de l’image rassurante du bourreau-monstre. Or, l’homme de foi, qui regardait maintenant devant lui d’un œil morne mêlé d’amertume, m’apparaissait tout d’un coup dans son immense solitude. Je me surpris, au moment précis où se révélait sa cruauté, à éprouver pour lui de l’affection. [185]

Of over het gevaarlijke discours van de levensverbeteraars, die het beter weten voor de mensen en die doorheen de geschiedenis al zoveel leed hebben gebracht.

C’est pour ça que je rejette, du plus profond de mon être, l’idée de faire du sang versée une saignée nécessaire qui fortifie le patient. […]
Ce que je vois, c’est que tu réfléchis à une méthode qui rende l’homme heureux malgré lui. Quand va-t-on cesser de faire mourir les hommes au nom de l’homme? [192]

Phnom Penh

Het tweede deel speelt zich af begin 1975. De Rode Khmer bezetten Phnom Penh en verdrijven heel de bevolking uit de stad. François Bizot bevindt zich in de Franse ambassade, samen met meer dan duizend buitenlanders die het land willen uitvluchten. De Rode Khmer hebben helemaal geen respect voor het idee van diplomatieke onschendbaarheid. Maar om een of andere reden wordt de Franse ambassade nog getolereerd. Door zijn kennis van het Khmer en zijn sterke persoonlijkheid wordt François Bizot de intermediair tussen de ambassade en de Khmer verantwoordelijke.
Dit deel bevat veel meer actie, minder introspectie, maar ook veel meer getuigenissen van de uitzonderlijk stupide brutaliteit van de Rode Khmer. Soms staan de Fransen voor verscheurende keuzes, zoals wanneer ze mensen zonder een geldig paspoort moeten uitleveren aan de Rode Khmer.
Uiteindelijk wordt de achtergebleven populatie van de ambassade in camions naar de grens met Thailand gereden, meer dan 400 kilometer over erbarmelijke wegen. Tot aan de grens blijven het precaire toestanden.

Veel later heeft François Bizot Douch terug ontmoet. Hij heeft getuigd in zijn proces. Dat wordt beschreven in zijn boek Le silence du bourreau. Ik kijk uit naar de lectuur ervan, maar met een bezwaard gemoed.


Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinFacebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedin

Comments are closed.



boekenkast-1

boekenkast-2

boekenkast-3