a common reader

Judith Herzberg, liever brieven

· 26 February 2014 |  by Janantoon
· Published in: FOCUS · Nederlandse literatuur · poëzie
· Tagged with:

Judith Herzberg zal dit jaar tachtig worden. Dat doet er eigenlijk niet toe. Niet in haar gedichten. Al schrijft ze in ‘Voorzorg’:

    Dat, wat ik eens bedoelde
    toen ik hartslag ‘toch nog
    toch nog’ noemde, daar
    zijn we nu beland.

Judith Herzberg, ouder en jong
Paul Demets schreef op Cobra:

Toen ze in 1997 de PC Hooftprijs, de Nederlandse staatsprijs, ontving voor haar poëzie, vertelde ze aan een journalist van Vrij Nederland dat ze haar gedichten stelselmatig naar de uitgeverij stuurt, waarop haar redacteur haar dan laat weten dat er genoeg zijn voor een bundel. Maar ze zou zichzelf niet zijn als ze er zich niet zou mee bemoeien. “Ik vind het heel belangrijk dat er niet een groot naast een klein gedicht staat”, zei ze toen. Bij de bundelcompositie is ze dus bezig met de volgorde en de vorm. Maar ze vertrouwt sterk op haar intuïtie.

Dat losse en spontane is wel te merken in haar bundel Liever brieven. Ze vertelde aan Ischa Meijer al in 1997: “Het liefst zou ik alleen maar, mijn hele verdere leven lang, brieven schrijven aan een aardig persoon die mij daarvoor zou willen onderhouden.”

Het zijn geen brieven in deze bundel, wel gedichten, al lijken ze soms meer op een kattebelletje. Ze heeft een luchtigheid en een spitsvondigheid die me aan Wisława Szymborska doen denken. (Trouwens, net zoals aan Wisława Szymborska, heeft Het uur van de wolf een uitzending aan Judith Herzberg gewijd.)
Haar manier van kijken boeit, soms even tegen de haren in wrijven, op een verkeerd been zetten, met woorden knutselen. In sommige gedichten speelt ze eigenwijs en zeer geslaagd met taal: ‘Aarzelaarshakhout’ en ‘Geer’.

Hieronder geef ik twee gedichten die me als boekenliefhebber, verzamelaar, lezer, zeer aanspreken. Over hoe boeken komen aangewaaid, hoe je ze de volle aandacht wil geven die ze verdienen, hoe er zoveel zijn dat je dat niet kan, dat je er moet wegdoen, en de vele redenen om ze niet weg te doen. Ach Judith. Ach mij.

Dyslexie

De boeken vliegen hier met grote kracht
tegen het raam. Vallen. Liggen verdwaasd
er onder, tot ik naar buiten ga, ze opraap.
Geen wonder dat ze wat verward zijn,
ik blader in ze, spreek ze troostend toe
beloof dat het in orde komt, dat
ik me in ze zal verdiepen, leg ze zolang
op vriendelijke stapel, een voor een, bij
soortgenoten. Ik zeg dat eerder werk
eerst af moet maar dat ik dan, zodra —
ach ja, ach arme boeken, ach arme mij
soms wijd ik me een hele avond
aan een van hen. Wat blijkt?
De knal, de val, terwijl ik me zo
voor ze inspan, de pijn daarvan
woekert verwoestend in mijn brein.

Een boek wegdoen

Een boek wegdoen
dat je nog niet gelezen hebt;
‘ik kom daar niet aan toe
kijk bijna elke dag wel eens
naar mijn enorme stapels.’

Een boek wegdoen dat je twee keer
gelezen hebt is als een goede vriend
ten grave dragen. Samen veel mee-
gemaakt. Vrezen: dat vele
gaat vervagen.

Al vond magie, geloof of bijgeloof
geen ruimte in je kop
een boek wegdoen waarin
een opdracht aan je stond
dat blijft je bij als zonde.

Een boek wegdoen
waarin je halverwege
bent blijven steken. Er
zit een post-it stickertje,
je weet nog steeds niet
wat daar bleek te ontbreken.

Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinFacebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedin

Comments are closed.



boekenkast-1

boekenkast-2

boekenkast-3