a common reader

het getto van Venetië

· 3 September 2014 |  by Janantoon
· Published in: FOCUS · mensenrechten
· Tagged with:

In The Foreigner1 presenteert Richard Sennett twee essays. Beide gaan over vervreemding, ergens niet behoren. Het eerste essay gaat over de geschiedenis van het getto van Venetië, het tweede over de 19de-eeuwse Russische filosoof Alexander Herzen, die het grootste deel van zijn leven in ballingschap in Europa rondreisde.
Ik vermeng hier het eerste essay met eigen bedenkingen.

Jodenvervolging

Het derde Lateraanse Concilie (1179) besliste in zijn wijsheid onder andere de Katharen in Zuid-Frankrijk te excommuniceren, bezwoer de clerus geen vrouwenbezoek te ontvangen of onnodig vrouwenkloosters te bezoeken, én dicteerde dat christenen en joden niet onder hetzelfde dak mochten wonen. Joden zullen slechts uit ‘menselijkheid’ geduld worden.
Canon 26 zegt simpelweg: “Joden en Saracenen mogen geen christelijke bedienden in hun huizen hebben, hetzij onder voorwendsel van het voeden van hun kinderen of voor dienstbetoon of een andere reden.” Hiermee werd geen gettovorming ingesteld, maar wel een soort melaatsheid. Wie voor een Jood ging werken, werd geëxcommuniceerd. Antisemitisme bestond natuurlijk al, maar dit concilie deed er een schep bovenop.

Zoals wel meer minderheidsgroepen, gingen Joden in een aantal steden bij mekaar wonen. Dat is niet verwonderlijk, ook in het huidig Gent hebben we bijvoorbeeld een Turkenwijk. Mensen delen op die manier hun gebruiken en gewoonten, hun taal, en voelen zich veiliger. Tot het samen wonen net een gevaar inhield als de volkswoede een hoogtepunt bereikte en een hele wijk aanviel2. Dat gebeurde op vele plaatsen naar aanleiding van de pest (1347 tot 1353) waarvan Joden de schuld kregen.
De moordpartijen naar aanleiding van de pest waren spontaan en ongeorganiseerd. Dat veranderde onder de Spaanse katholieke koningen Ferdinand en Isabella, die in 1474 de troon bestegen. Zij drongen niet alleen de Moren terug uit Spanje, maar begonnen ook met een bloedige Jodenvervolging.

Zulke vervolgingen zorgden voor massale verhuizingen. Venetië trok heel wat Joden aan omdat het in de Renaissance de meest internationale handelsstad was. Het was de poort tussen Europa en het Oosten en Afrika. Venetië stond open voor buitenlandse vaklui en handelaren. Joden waren al langer gespecialiseerd in handeldrijven en financieren, niet omdat ze daarvoor in de wieg gelegd waren, maar omdat ze niet anders konden: ze werden niet toegelaten tot de klassieke gildeambten.
In Venetië was men er alleszins op uit om godsdienst en economische belangen te scheiden. De Doge Cristoforo Moro vroeg aan kardinaal Bessarion van Ravenna of de dagelijkse omgang met joden een christen kon schaden. In zijn brief van 18 december 1463 schreef de kardinaal — zonder twijfel in beider voordeel — dat er geen gevaar bestond voor de christenziel en dat de Joden moesten gerespecteerd worden. Zo dekte de Doge zich in tegen pauselijke kritiek en kon hij zijn pragmatische politiek verder zetten. Realpolitik avant la lettre.

ontstaan van het ‘ghetto’

ghetto-di-veneziaVenetië was een bloeiende haven- en handelsstad waar heel wat vreemdelingen verblijf hielden. Die vreemdelingen waren als dusdanig geen probleem, want zij lagen mee aan de grondslag van hun welvaart. Maar vreemdelingen blijven vreemdelingen en zullen daar af en toe de gevolgen van gedragen hebben. Tijdens sommige kerkelijke hoogdagen vergrepen opgejutte gelovigen zich soms aan Joden en Turken.
Recht was belangrijk in Venetië, een soort van law and order was nodig. Je kan geen handel drijven zonder regulerende wetten. Het stadsbestuur zag ook in dat het vreemde handelaars moest beschermen, omdat het nu eenmaal de handel wou beschermen. Maar dat beschermen was een onmogelijke opdracht, tenzij er drastisch maatregelen genomen werden.

Die maatregel was het koppelen van bescherming aan een territorium. De stad beloofde bescherming aan de Jood of de Turk als hij zich op een bepaalde plaats bevond, daarbuiten niet. Dat gold trouwens voor alle buitenlanders: bekend is het Fondaco dei Tedeschi, het magazijn van de Duitsers, waar niet alleen handelsgoederen lagen opgeslagen, maar waar ook alle Duitsers moesten wonen.

Vandaar dat de Joden door een bestuurlijk besluit op 29 maart 1516 een wijk toegewezen kregen: één van de talloze eilandjes van de stad. Die plek van net geen hectare was perfect af te sluiten: slechts twee bruggen verbonden het met de rest van de stad. Het was een plek waar vroeger ijzergieterijen gevestigd waren. Een bijproduct van het ijzergieten zijn slakken. Het zijn restanten van de reactie tussen steenkool en erts in een hoogoven. In het Venetiaans dialect noemde zo’n slak gèto3. Zo ontstond het ghetto novo. Later kwamen er nog het ghetto vecchio en het ghetto novissimo bij. Door de weerklank van dit stedelijk compromis is ghetto (in het Nederlands getto) de internationale naam voor dit soort besloten gemeenschap geworden.

een nieuwe ervaring

Joden waren wel gewoon om verstoten en afgezonderd te moeten wonen, maar de situatie in Venetië was voor hen volledig nieuw omdat er nu het voordeel van de bescherming bij kwam. Persoonlijke veiligheid werd nu aan een plaats en aan tijd gekoppeld. Overdag was er wel uitwisseling: Joden gingen handeldrijven of bankieren aan de Rialtobrug, en christenen kwamen naar het getto om voedsel en dergelijke te verkopen. Maar bij duisternis werden de bruggen en de luiken gesloten.

Een grote meerderheid van de bewoners (zeker vrouwen) zullen het getto nooit verlaten hebben. Door de afzondering werd ook de Joodse identiteit versterkt, zowel intern als extern. Intern omdat het Joods-zijn prangend aanwezig was. Assimilatie in de buitenwereld was volledig uitgesloten. Extern omdat door de segregatie hun anders-zijn extra benadrukt werd.
Het gedwongen samenleven gaf dan wel een veilig gevoel — zij moesten hun religieuze praktijken niet verstoppen — maar moet ook iets claustrofobisch gehad hebben. Joden mochten geen grond verwerven of nieuwe woningen optrekken. De bestaande huizen werden gehuurd en bij een toenemende bevolking konden er alleen meer partities aangebracht worden en in de hoogte bijgebouwd worden. Rilke heeft hierover een mooi verhaal geschreven: de oude en wijze goudsmid Melchisedech wou telkens in de hoogste kamer gaan wonen en moest daarom dikwijls en moeizaam verhuizen. Tot hij eindelijk de zee kon zien, of was het al de hemel?4

twijfelachtige veiligheid

Het Venetiaanse getto heeft eeuwen — maar niet zonder spanningen — bestaan, tot Napoleon het ontmantelde en de Joden hun plaats in de maatschappij teruggaf (volledige burgerrechten kregen ze pas in 1848). De relatieve veiligheid van het getto van Venetië kan als voorbeeld misleidend geweest zijn voor Joden die later opnieuw gedwongen gesegregeerd werden. Ik denk dan vooral aan de nazi’s, en dan vooral aan het getto van Warschau dat om een andere reden even bekend/berucht is geworden. Er zijn veel getuigenissen over wat er in Warschau gebeurd is. Bijvoorbeeld het aangrijpende werk van Jan Karski: Story of a Secret State.

Een inkijk in de gebeurtenissen krijg je ook van Marcel Reich-Ranicki. Hij werd in 1920 in Polen geboren, maar zijn ouders waren in Pruisen opgegroeid en voelden zich noch Pool, noch Duits, eerder alleen maar jood. Zijn vader sprak heel wat talen, zijn moeder bijna alleen Duits. In 1929 werd de jonge Marcel naar Berlijn gestuurd waar hij door familie opgevangen werd. Hij heeft er school gelopen tot zijn 18de.
Toen hij 13 was, kwam Hitler aan de macht. In zijn jeugd heeft hij dus meegemaakt hoe de vrijheid van de Joden in Duitsland steeds meer ingeperkt werd. Hij vond zijn heil in de literatuur en vooral in het theater.
In 1938 wordt hij als Poolse jood opgepakt en gedeporteerd naar Warschau. De situatie was daar weinig benijdenswaardig voor de joodse gemeenschap. En het leven werd een hel toen het getto gevormd werd.
In zijn autobiografie5 vertelt hij hoe het in zijn werk ging.

Omdat hij uitstekend Duits kende, werd hij aangesteld als vertaler van de briefwisseling tussen de Duitse militaire overheid en de “Ältestenrat der Juden”. Vanuit omliggende dorpen werden in 1940 veel Joden naar Warschau gebracht, dikwijls zonder have en goed. De overbevolking in hun wijk nam toe, er was gebrek aan voeding en aan kolen (in een zeer koude winter) en snel brak tyfus uit. De Duitse overheid reageerde gewoon niet op de alarmerende brieven van de “Judenrat”. Dat was met opzet, want het gaf hen een voorwendsel om een spergebied in te stellen om de epidemie in te dammen. Er werden muren opgetrokken rond de Jodenwijk en het getto was geboren.

Heel wat Joden zullen in die tijd begrepen hebben dat hun periode van assimilatie voorbij was. Dat men hen verzamelde in getto’s, was hen niet vreemd, het behoorde bij hun eeuwenlange geschiedenis. Met berusting zijn ze in de getto’s getrokken, bereid om hun tijd weer uit te zitten, en allicht in het geloof van de relatieve veiligheid van een getto. Deze keer ging het echter niet om bescherming tegen fanatieke christenen, maar om de uitwerking van een duivels vernietigingsplan.


Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinFacebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedin

Comments are closed.

  1. Richard Sennett
    The Foreigner
    Richard Sennett, The Foreigner

  2. Het aanvallen en uitmoorden van een hele Joodse wijk kreeg de naam pogrom mee, de benaming stamt uit Rusland (погром), waar deze terreur nog in de twintigste eeuw hevig woedde.

  3. In het Italiaans zegt men dzjeto. Maar veelal Duitstalige vreemdelingen spraken het uit met een harde “g”, zoals in garçon. Vandaar dat de “h” erbijkwam, die maakt de “g” hard in het Italiaans.

  4. Rainer Maria Rilke: Eine Szene aus dem Ghetto von Venedig, uit: Geschichten vom lieben Gott
    Rainer Maria Rilke, Geschichten vom liebem Gott

  5. Marcel Reich-Ranicki, Mein Leben
    Marcel Reich-Ranicki, Mein Leben



boekenkast-1

boekenkast-2

boekenkast-3