a common reader

Hannah Arendt en Karl Jaspers: brieven

· 22 November 2014 |  by Janantoon
· Published in: FILOSOFIE · FOCUS
· Tagged with: · ·

Hannah ArendtHannah Arendt leerde Karl Jaspers kennen als filosofieprofessor in Heidelberg. En onder zijn begeleiding schreef zij haar dissertatie Der Liebesbegriff bei Augustin. Hannah Arendt was echter niet zo maar een studente. De belofte die ze in zich had — die ze later met haar eigen publicaties waar maakte — kon Jaspers niet ontgaan.
Haar eerste brief van 15 juli 1926 begint zoals het hoort zeer respectvol: Sehr verehrter Herr Professor. Met deze brief start een correspondentie1 die zal duren tot aan het overlijden van Jaspers in 1969.

briefwisseling

Het uitwisselen en bewaren van brieven, het zal binnenkort helemaal een ding uit het verleden zijn. Biografen zullen de opkomst en vluchtigheid van mails bezuren. Geen bronnen meer, geen sappige details. Ik heb wel wat briefwisselingen en lees ze ook graag. Dikwijls geven ze inzage in een persoonlijkheid, als illustratie bij een biografie, of ze geven inzicht in het ontstaan van ideeën of werken. Of ze geven een tijdsbeeld.
Soms worden de brieven van verschillende correspondenten met één persoon chronologisch uitgegeven, zoals bijvoorbeeld bij Isaiah Berlin (waarvan nog zeker een volume moet verschijnen). Deze keuze toont dan duidelijk de ontwikkeling van de hoofdpersoon, het vormen van zijn leven en ideeën.

Bij Hannah Arendt werd geopteerd om haar correspondenties te splitsen volgens de contactpersoon: Heinrich Blücher, Gershom Scholem, Karl Jaspers, Mary McCarthy, Uwe Johnson, Hermann Broch, Martin Heidegger.

breukjaren

Vanaf 1926 tot 1938 druppelen 29 brieven over en weer. Dan niets meer tot oktober 1945 wanneer Karl Jaspers met duidelijk opgeluchte blijdschap via een vriend een levensteken van Hannah Arendt had gekregen. Er gebeurde toen een en ander in mensenlevens. Mekaar na zeven jaar terugzien was niet zeer evident.
Hannah Arendt had Duitsland reeds in 1933 verlaten, zonder papieren, richting Parijs. Daar werkte ze lang voor Joodse emigrantenorganisaties, tot zij in 1940 in het zuid-Franse Gurs geïnterneerd werd. Na een maand kon zij ontsnappen en zij kon met haar man, Heinrich Blücher, via Lissabon in 1941 de Verenigde Staten bereiken. Pas in 1951 kreeg zij het staatsburgerschap. Zij was 18 jaar lang stateloze.

Na 1933 werd Karl Jaspers vooreerst als professor ongemoeid gelaten. Maar omdat hij zich niet wou laten scheiden van zijn Joodse echtgenote, werd hij vanaf 1937 op non-actief gezet en kreeg publicatieverbod. Deze toestand veranderde na 1945 onder de Amerikaanse bezettingsmacht. Maar echt thuis voelden Jaspers en zijn vrouw zich niet meer in het naoorlogse Duitsland. Ik geloof dat zij hoopten op een duidelijke breuk met het verleden in het publieke leven, en die bleef uit, integendeel. Toen de universiteit van Basel hem in 1948 een hoogleraarschap aanbood, twijfelde hij niet lang. Hij bleef in Zwitserland tot aan zijn dood en kreeg het Zwitserse burgerschap in 1967.

van professor tot vriend

Vanaf 1945 verandert de relatie tussen Jaspers en Arendt, tussen professor en voormalig studente. Nu praten twee mensen die met zeer grote intellectuele honger hun tijd trachten te begrijpen. En het gevecht voor het dagelijkse overleven: de Jaspersen in het vernietigd Duitsland met veel ontbering (voeding, kolen) en de Blüchersen die met drie op een klein appartementje (Hannahs moeder was ook kunnen ontkomen) van kleine jobjes moesten zien rond te komen. Hannah slaagde er hoedanook toch in om regelmatig voedingspakketten naar Heidelberg te sturen. Jaspers ‘rapporteert’ vanuit het zich stilaan heropbouwende Duitsland en Arendt over de situatie in haar nieuwe thuisland.

Noachs

Karl JaspersNa de grote zondvloed voelden Hannah Arendt en Karl Jaspers zich als overlevenden op een ark, twee Noachs. Op 18 november 1945 schrijft Hannah Arendt: “sinds ik weet dat u beiden veilig door dit inferno zijn gekomen, voel ik me weer een beetje meer thuis in deze wereld”. Ze worden echte vrienden. Met de jaren verdiept zich de verhouding: zodra Hannah Arendt enkele jaren na de oorlog af en toe naar Europa moet in opdracht van Joodse organisaties kunnen ze mekaar terug ontmoeten en leert Hannah ook zijn vrouw Gertrud kennen. Het wordt in de brieven niet als zodanig uitgesproken, maar met de jaren worden zij een soort ouders voor Hannah. Haar vader stierf toen ze zeven jaar was, haar moeder stierf in 1948. En de Jaspers hadden geen kinderen.

Ze voelden zich ook Beobachter — observators, waarnemers — in de wereld: de ontwikkelingen in Duitsland, de VS als wereldmacht, maar ook met zijn interne problemen (racisme). Ook Israël bleef steeds een aandachtspunt en alles wat toen zo bedreigend was: Rusland en het verglijden in de koude oorlog (met Berlijn als symbool) en de atoombom als nieuw doemscenario. Via de brieven krijgen wij als lezer echo’s uit de geschiedenis van de tweede helft van de twintigste eeuw: het bouwen van de muur in Berlijn, de Hongaarse opstand, de Cuba-crisis met Kennedy en Chroestjov als protagonisten, de moord op Kennedy, de Suez-crisis, en zoveel meer.
Dit is dikwijls het boeiende aan dit soort briefwisselingen. Je krijgt onverwachte inkijkjes in de geschiedenis via ooggetuigen. Zo weidt Hannah Arendt in een brief uit 1953 lang uit over de communistenhetze onder senator Joseph McCarthy. Met de koude oorlog en de Korea-oorlog als achtergrond, begon McCarthy een soort heksenjacht tegen vermeende communisten in de administratie en in het culturele milieu. Mensen die voor een Congressional Investigation Committee moesten verschijnen, waren al veroordeeld bij voorbaat. Arendt schreef terecht over het uithollen van het bekende Fifth Amendment, dat iedere beschuldigde het recht geeft zich te onthouden van uitspraken die hemzelf zouden incrimineren. Maar beroep doen op het vijfde amendement werd gezien als toegeven aan communistische sympathieën, wat meestal leidde tot ontslag of jobverlies (aan universiteiten, Hollywood, etc).

een intellectuele briefwisseling

Het markante aan deze 433 brieven is dat ze vooral een uiting zijn van een enorme intellectuele verbondenheid. De uitwisseling werd een gesprek tussen gelijken, zeker nadat Hannah Arendt haar belangrijke werk The Origins of Totalitarianism publiceerde. Langs haar kant bleef Hannah steeds bewondering hebben voor de geschriften van Jaspers, en zij deed veel voor de bekendmaking van zijn werk in de VS.

Een mooi voorbeeld van die geestelijke affiniteit is het fenomeen van das Böse (het kwaad) waar ze allebei mee worstelen en dat bij Hannah Arendt een uitgesproken betekenis in haar boek Eichmann in Jerusalem, A report on the banality of evil kreeg. Dat begrip banaliteit komt al veel vroeger bij Japers ook al voor, in een brief van 19 oktober 1946:

Was die Nazis getan haben, lasse sich als “Verbrechen” nicht fassen, […] weil die Schuld, die alle kriminelle Schuld übersteigt, unvermeidlich einen Zug von “Größe” — satanischer Größe — bekommt, die meinem Gefühl angesichts der Nazis fern ist, wie das Reden vom ‘Dämonischen’ in Hitler und dergleichen. Mir scheint, man muß, weil es wirklich so war, die Dinge in igrer ganzen Banalität nehmen, ihrer ganz nüchternen Nichtigkeit — Bakterien können völkervernichtende Seuchen machen und bleiben doch nur Bakterien. Wat de nazi’s deden, laat zich als “misdaad” niet bevatten […] omdat deze schuld, die alle criminele schuld overstijgt, onvermijdelijk een trek van “grootte” – Satanische grootte – krijgt, die naar mijn gevoel even weinig te doen heeft met de nazi’s als het praten over het ‘demonische’ in Hitler en dergelijke. Het lijkt me dat men die dingen, die nu eenmaal werkelijk zo waren, in al hun banaliteit moet nemen, hun zeer nuchtere nietigheid — bacteriën kunnen mensen verwoestende epidemieën veroorzaken en toch blijven het alleen maar bacteriën.

Beiden blijven worstelen met wat ze das radikal Böse (het radicale kwaad) noemen. In een brief van 4 maart 1951 komt Hannah er op terug. Het radicale kwaad heeft niets meer te doen met ‘zondige motieven’, maar het overtollig maken van mensen als mens2. Het thema komt terug aan de orde tijdens het proces van Eichmann.

Jaspers stierf op 86-jarige leeftijd in 1969. Hij heeft het geluk gehad tot praktisch aan zijn dood nog te kunnen intellectueel bezig zijn. De veel jongere Hannah Arendt heeft hem slechts zes jaren overleefd. Aan ons hebben ze een boeiende briefwisseling en tijdsdocument nagelaten.

Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinFacebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedin

Comments are closed.

  1. Hannah Arendt & Karl Jaspers, Briefwechsel, 1926 — 1969
    Hannah Arendt -- Karl Jaspers, Briefwechsel

  2. die Überflüssingsmachung von Menschen als Menschen



boekenkast-1

boekenkast-2

boekenkast-3