a common reader

gedichtendag 2013: de nabijheid van poëzie

· 31 January 2013 |  by Janantoon
· Published in: poëzie
· Tagged with:

gedichtendag-2013Voor gedichtendag 2013 heb ik een artikel herwerkt dat ik vroeger al in het Spaans had geschreven. Wie de taal van don Quijote machtig is kan hier la proximidad de la poesía lezen.

zonder tv

lezendStel je voor dat op een avond de tv-distributie het begeeft. In een stad als Gent of Antwerpen.
Wat zouden gewoontekijkers doen? Enkelen zouden naar de bioscoop gaan, anderen op café. Mogelijk zit er negen maanden later een piek in de geboortecijfers.
Een avond zonder tv. Een geschenk uit de hemel toch? Ik vraag me af hoeveel mensen hiervan zouden profiteren om iets te lezen. Een behoorlijk percentage, denk ik.
Lezen, maar wat? De krant, een tijdschrift, een roman, een gedicht? Ik laat de eerder saaie optie van krant en tijdschrift even buiten beschouwing. Genoeg mensen zouden van zo’n opportuniteit gebruik maken om iets creatiever te zijn. En ik vraag me af welk percentage van die mensen eerder een roman van Arthur Japin zal vastnemen dan een gedichtenbundel van Leonard Nolens.

gek op verhalen

Ik geloof dat de overgrote meerderheid een roman zou vastpakken. Want wij mensen zijn gek op verhalen. We zoeken ze overal. We kijken naar films, soaps, documentaires, zelfs het nieuws is een dagelijks soap met min of meer echte verhalen. We vertellen graag grappen en straffe verhalen. Als een collega terugkomt uit vakantie, vragen we hoe het was. En hij of zij vertelt een verhaal: “We hebben wat meegemaakt, zeg. We waren pas toegekomen toen…” In de literatuur vertaalt dit verlangen naar verhalen zich in romans.

antidisturbiosEen voorbeeld. Op tv zie je een demonstratie in een stad als Londen of Cairo, Athene of Seattle. De beelden tonen demonstranten die met stenen gooien. De oproerpolitie grijpt hardhandig in. Er is iets gebeurd, en dat genereert massa’s verhalen, verklaringen en rapporten.
Een droog nieuwsverslag zegt dat er zesduizend demonstranten waren en dat de oproerpolitie moest ingrijpen om de orde te herstellen. Zeventien mensen werden opgenomen in het ziekenhuis. De organisatoren daarentegen zeggen dat er vijftienduizend demonstranten waren en benadrukken de brutaliteit van de politie.
Dezelfde avond al vind je op het net vele beelden, gemaakt door demonstranten met hun smartphones. En vele verhalen. Mensen willen aan familie en vrienden vertellen wat er gebeurd is. Wat ze meegemaakt hebben. Hun verhaal. De blogs staan er vol van, er worden brieven aan de krant geschreven. Max Frisch schreef het zo: “Ein Mann hat eine Erfahrung gemacht, jetzt sucht er die Geschichte seiner Erfahrung…”
Ons leven baart verhalen.

weerloos

Misschien is het de pech van poëzie dat ze geen verhalen vertelt. Of toch niet.
Een video op internet vertelt een verhaal, bijvoorbeeld het beeld van twee zware politieagenten die met matrakken op een meisje slaan, een meisje dat weerloos op de grond ligt. Een verhaal van brutaliteit tegenover weerloosheid. Maar wat de video niet kan vertellen, zijn de gevoelens van angst, vernedering en woede van het meisje.
Poëzie kan dat wel. In het geval van het meisje zou een gedicht kunnen weergeven hoe hij zich voelde. De woede, pijn, schaamte en vernedering.

taalmanipulatie

unemployeeHet lijkt alsof verhalen nodig waren in de menselijke evolutie. Om zin te geven aan ervaringen. Om structuur te brengen in de wereld die zo overdonderend aanwezig was. Maar evengoed houden we van oudsher van allerlei soorten van taalmanipulatie. Rijm, ritme en cadans, herhaling, alliteratie zijn voorbeelden van de manipulatie van taal. Misschien nodig om beter te onthouden, om te zingen, om indruk te maken.
Die manipulaties manifesteren zich in onze taal. Oude spreuken zoals de ochtendstond heeft goud in de mond of de mens wikt en God beschikt. Twee voorbeelden van rijm en ritme.
Andere manifestaties van woordspelingen zijn de telrijmpjes die kinderen sinds mensenheugenis zingen. Het bekende refreintje iene, miene, mutte komt ook in het Duits en het Engels voor. Andere talen kennen hun eigen rijmpjes.
De gevoeligheid voor woorden kennen we ook in de wereld van de reclame. Een interessant voorbeeld is de nieuwe Benetton reclamecampagne. Unemployee of the year. Strikt genomen is dit geen poëzie, maar het zegt heel veel met weinig woorden en het trekt de aandacht. Een woordspeling omdat ‘unemployee’ — een niet-bestaand woord — klinkt als ‘an employee’.
Maar vandaag vinden we vooral poëzie — zonder de moeizame taak om een gedicht te lezen — in liedjes, songs, chansons. Zangers als Leonard Cohen, Norah Jones, Atahualpa Yupanqui, Ismael Serrano, en vele andere singersongwriters. Soms zijn hun teksten zelfs publiceerbaar als poëzie.
Maar er worden ook gedichten gezongen, zoals bijvoorbeeld van Jan Hanlo, met prachtige muziek van Tom America. Georges Brassens die op zijn minst de beginregels van du Bellay’s bekende sonnet levend houdt: Heureux qui, comme Ulysse, a fait un beau voyage.

poëzie moeilijk?

Wij houden van verhalen, dat is zeker. Aan de andere kant zijn we ook gefascineerd door woordspelingen, ritme en andere manipulaties van de taal. Maar waarom vinden we het dan zo moeilijk om een gedicht te lezen?
Een sonnet, bijvoorbeeld, heeft slechts veertien verzen en ongeveer honderd woorden. Maar voor velen lijkt het onoverkomelijker dan een roman van vierhonderd pagina’s.
Ik geef het toe. Een gedicht beginnen lezen vraagt een stap, een kleine misschien, maar toch de bewuste intentie om iets met aandacht te lezen. En te herlezen. Maar als je de moeite doet, krijg je ook veel terug.
Een roman heeft veel gemeen met het medium film. Gedichten eerder met muziek en foto’s. En zoals bij een lied of een mooi beeld, kunnen we altijd terugkeren naar een gedicht dat we al kennen en er opnieuw en opnieuw van genieten.
Het interesseveld van poëzie is zeer uitgebreid. Poëzie houdt zich bezig met onze gedachten en gevoelens. Liefde, verdriet, vreugde, schaamte, vernedering, woede, humor, observatie van de natuur, van andere mensen. Dit alles vind je in gedichten en die kunnen ons helpen onze eigen gevoelens en gedachten te toetsen en te verdiepen. Poëzie heeft het over al het menselijke, over alles wat wij kunnen meemaken, beleven, ondergaan. En dikwijls zegt een gedicht beter wat wij voelen dan wij zelf zouden kunnen.
Net dat bezorgt ons misschien zo’n drempelvrees. Een gedicht beginnen lezen is een klein avontuur dat ons ofwel helemaal niet beroert of ons net heel diep kan raken.

Dood

Dood. Heb geen angst. Talm niet
voor mijn deur. Kom binnen.
Lees mijn boeken. In negen van de tien
kom je voor. Je bent geen onbekende.

Hou mij niet voor de gek met kwalen
waarvan niemand de namen durft te noemen.
Leg mij niet in een bed tussen kwijlende
kinderen die van ouderdom niet weten wat ze zeggen.
Klop mij geen geld uit de zak
voor nutteloze uren in chique klinieken.

Veeg je voeten en wees welkom.

Eddy Van Vliet (1942-2002), uit de dichtbundel De toekomstige dief (1991)

Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinFacebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedin

Comments are closed.



boekenkast-1

boekenkast-2

boekenkast-3