a common reader

gedichtendag 2011

· 27 January 2011 |  by Janantoon
· Published in: poëzie
· Tagged with:

Wat doe je op gedichtendag als je zelf geen gedicht aan het schrijven bent? Dan koop je toch enkele gedichtenbundels om je verzameling aan te vullen. Nieuw in mijn bibliotheek: geselecteerde gedichten van Eva Gerlach en een canon van de Franse poëzie.
Paul Claes stelde deze canon van 100 Franse gedichten samen en vertaalde ze naar het Nederlands. Honderd gedichten voor de Franse poëzie is natuurlijk erg beperkend, en dan wordt er nog vrij veel aandacht besteed aan de troubadours die dichtten in een taal die soms Italiaans, dan weer Spaans klinkt.
Ook de zestiende eeuw komt uitgebreid aan bod met enkele dichters waarvan ik nog nooit hoorde en bijvoorbeeld ook met een sonnet van Christoffel Plantijn. Ook is er wel wat aandacht voor Franstalige Vlaamse dichters. Dat gaat dan ten koste van de recentere poëzie. Maar het blijft steeds een keuze en al met al vind ik het een heel mooi boekje met per schrijver een zeer korte levensbeschrijving. Maar waarom vindt Paul Claes het nodig om regelmatig de doodsoorzaak te vernoemen? Bijvoorbeeld, in de biografische nota over Georges Rodenbach — negen regels kort — schrijft hij: “Hij stierf op drieënveertigjarige leeftijd aan een blindedarmontsteking, in hetzelfde jaar als zijn vriend Mallarmé.” Geeft je manier van sterven je leven een zekere kleur?


Blijkbaar wil Eva Gerlach geen verzamelde gedichten publiceren. Zij maakte zelf een strenge selectie uit de gedichten van 1979 tot 2009.
Ik had tot nu toe alleen maar enkele gedichten van haar in bloemlezingen, maar deze bundel overtuigt mij wat een krachtige dichteres ze is. (Anderen wisten dat al langer, gezien ze de P.C. Hooftprijs kreeg in 2000.)

Zij wrikt de taal uit mekaar en met de scherven maakt zij nieuwe landschappen en portretten van een bijzondere kracht.

Vooral kijken lijkt haar ding te zijn. Dat blijkt ook al uit de bundel Alles is werkelijk hier uit 1997 waar zij gedichten maakt bij foto’s. En ook uit gedichten over schilderijen, zoals bijvoorbeeld over Vermeer of Breitner.

Ik geef hier een gedicht mee, dat mooi had gestaan in Wim Simons’ bloemlezing De Fiets.

Dubbelganger

Een man die fietste zo hard dat wij hem bijna niet zagen
kwam langs en riep met schorre stem pas op
maar voor wij iets konden doen was hij al weer voorbij
en voor wij hem na konden kijken was hij al zowat weg.

Het moet een beroeps zijn geweest als je zag hoe hij onder
het viaduct verdween, bijna doorzichtig, een wolkje
stof, niet dat dat opwoei van het asfalt maar hijzelf
dunner en dunner van steeds zichzelf in te halen.

Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinFacebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedin

Comments are closed.



boekenkast-1

boekenkast-2

boekenkast-3