a common reader

Bedenkingen bij The Craftsman

· 1 July 2014 |  by Janantoon
· Published in: economie · essays · FOCUS
· Tagged with:

De ambachtsman1. Ik las vrij lang aan dit boek omdat ik zelf aan het werken was aan een veeleisend meubelstuk. Geen routine, maar een opdracht waarbij inventiviteit en coördinatie van hand en oog nodig is. Daarover gaat het in dit boek. Onder andere.
Wat volgt zijn enkele van mijn bedenkingen tijdens de lectuur.

filosofie van de dingen

In de inleiding schrijft Sennett dat dit het eerste deel van een geplande drieluik is. Een ambitieus opzet:

This is the first of three books on material culture […]. This book is about craftsmanship, the skill of making things well. The second volume2 addresses the crafting of rituals that manage aggression and zeal; the third explores the skills required in making and inhabiting sustainable environments. All three books address the issue of technique — but technique considered as a cultural issue rather than as a mindless procedure; each book is about a technique for conducting a particular way of life. The large project contains a personal paradox that I have tried to put to productive use. I am a philosophically minded writer asking questions about such matters as woodworking, military drills, or solar panels. [p. 8]

Each book is about a technique for conducting a particular way of life. Wat is dan de levenswijze die in dit boek getoond wordt?
Dit boek gaat over mensen die een taak of een werkstuk goed willen doen. Die daar de tijd en de ruimte voor willen, en de mogelijkheid om in hun taak te groeien en al doende te leren. Dus: proberen betrokken te leven bij de dingen die je doet, er eer van halen, gerespecteerd worden en respect tonen. Leren te leven door te leren met weerbarstig materiaal om te gaan.

Dit boek is geen verheerlijking van of pleidooi voor de artisanale ambachtsman. Sennett heeft het over meer dan alleen maar de ambachtsman, met zijn oubollige connotatie, maar over iedereen die een job goed wil doen met zijn ervaring en ook met zijn inspraak. Glasblazers, maar ook dokters en verpleegsters en Linux-programmeurs.

glasblazer

ontwikkelen van vaardigheid

Skill is a trained practice; modern technology is abused when it deprives its users precisely of that repetitive, concrete, hands-on training. When the head and the hand are separated, the result is mental impairment — an outcome particularly evident when a technology like CAD is used to efface the learning that occurs through drawing by hand. [p. 52]

Haus Steiner

Vaardigheid komt door herhaling, door contact met het materiaal, door weerstand te ondervinden, door een stap achteruit te doen en opnieuw te beginnen. Natuurlijk is hij niet tegen modern gereedschap. Zelfs een ambachtelijk meubelmaker gebruikt elektrische instrumenten.

Maar gereedschap mag het leerproces niet in de weg staan. Je mag het contact met de materie niet verliezen als je wil groeien in je ambacht/job/taak. Vandaar het voorbeeld over CAD (een technisch tekenprogramma dat in 3D kan ontwerpen). Geen architect of ingenieur kan nog zonder. Maar de architect verliest veel als hij alleen maar achter het computerscherm ontwerpt. Sennett citeert hier de Italiaanse architect  Renzo Piano3:

You start by sketching, then you do a drawing, then you make a model, and then you go to reality — you go to the site — and then you go back to drawing. You build up a kind of circularity between drawing and making and then back again. [p. 40]

Sennett vergelijkt de creatie van twee vergelijkbare woningen in het begin van de 20ste eeuw. Een woning ontworpen door de filosoof  Ludwig Wittgenstein voor zijn zus en een ontwerp van de architect Adolf Loos. Wittgenstein werkte rigoureus volgens een mathematisch uitgewerkte tekening. Hij liet zelfs een plafond afbreken en opnieuw plaatsen omdat het 3 centimeter te laag was (volgens zijn plan). Loos liet de fantasie toe en het toeval en leerde door elk nieuw huis dat hij bouwde. Wittgenstein was ontgoocheld over het resultaat en heeft maar één woning gemaakt.

de gildemeester

Het begrip ambacht doet onmiddellijk denken aan de middeleeuwse gilden — maar het systeem werkte tot ver daarna — met de gildemeester en zijn leerjongens. Het leertraject werd geschat op 10.000 uren, waarna de leerjongen zijn meesterproef aflegde. Het ontwikkelen van vaardigheid was  een proces van wisselwerking: uitleg krijgen en kijken met de ogen, proberen en een bolwassing krijgen, en opnieuw proberen.

Het is moeilijk te beschrijven hoe een vakman te werk gaat. Taal schiet tekort om uit te leggen hoe je met een hamer moet slaan. Diderot ondervond dat toen hij in zijn Encyclopédie de ambachten wou beschrijven:

Diderot’s Encyclopedia plunged into this matter by acknowledging from the outset the most basic of human limits, those of language to encompass the workings of the human body, especially the craftman’s body at work. Neither the worker nor the analyst of labor can really explain what’s happening. Engaging in the process of craft labor to inform himself, Diderot discovered a further limit, that of talent; he could not understand intellectually work he could not do well practically. [p. 105]

Voor zijn Encyclopédie maakte Diderot gebruik van heel veel tekeningen die alle onderdelen van een proces moesten illustreren.
Het leerproject is niet lineair, maar wordt gevoed door weerstand, problemen, door kijken en voelen, het inventief gebruiken van gereedschap, door zich te laten verrassen. Het ambacht doorgeven is dan ook niet altijd evident. In de Bach-familie waren alle telgen muzikaal — de ene meer begaafd dan de andere — maar ze konden tenminste allemaal  leven van de muziek. Bij Stradivarius lag dat anders. Hij was een geniaal vioolbouwer, maar zijn know-how bleef in hem opgesloten en stierf met hem.

ambacht versus productie

Eric Gill4 jammerde al over de teloorgang van het vakmanschap van de drukker/uitgever. Tegendraads startte hij met een anachronistische pers met zelf ontworpen lettertypen (die nog steeds gebruikt worden) en aloude werkmethodes. Terwijl hij tekst met de hand zette, werkten elders zetters aan de Linotype aan veel hogere snelheid. Nu wordt de Linotype graag gebruikt door private presses, bibliofiele drukkers, terwijl commerciële persen digitaal aangestuurd worden.

Voor de massale producties die tegenwoordig blijkbaar nodig zijn, is de ouwerwetse ambachtelijke methode niet meer haalbaar. Een goede meubelmaker maakt veel betere kasten dan die van Ikea, maar zou nooit de aantallen kunnen produceren die Ikea verkoopt. En Ikea kan die hoge productie slijten omdat zij volledig passen in een wegwerpomgeving.

Reeds in de Renaissance werd er geklaagd over de grote overvloed van nutte en onnutte gebruiksvoorwerpen5. Daar kunnen we nu alleen maar om glimlachen, maar dan met een bittere trek. De overvloed van wegwerpgoederen (met een ingebakken vervaldatum) heeft onze verhouding tot het voorwerp veranderd: het heeft geen intrinsieke waarde meer en er is dus geen respect meer voor. Dit gebrek aan respect voor dingen breidt zich uit naar de maatschappij en naar mensen onder mekaar. Graffiti op een mooie gevel, met de schoenen op de bank van een trein, beperken van werkingsmiddelen voor bibliotheken en voor cultuur in het algemeen, gesjoemel met voedsel om nog meer winst te maken.

De ambachtsman houdt een eenzaam gevecht tegen dit soort verloedering. Maar de ambachtsman staat niet stil. Eric Gill was een romanticus die de klok wou stilzetten. De echte ambachtsman houdt een dialoog en soms een gevecht met de materie. Hij probeert steeds betere resultaten te krijgen. Zo was de middeleeuwse glasblazer niet gelukkig met de kwaliteit van de geblazen ronde paneeltjes voor een venster. Het was bewerkelijk omdat elk glaasje in lood moest gezet worden, en je kon er niets door zien. Dus zocht hij naar andere technieken en hij was blij toen hij ontdekte dat hij gloeiend glas kon walsen. Later namen de ingenieurs en glasfabrieken het van hem over. En nu is hij terug de blazer van artisanale glazen voorwerpen. Maar wie wil zijn grote ramen met dubbele beglazing missen?

ambacht in het bedrijf

Als je aan de ambachtsman denkt, zie je het beeld van een man of vrouw die alleen werkt in een atelier, eventueel vergezeld van een leerjongen of meisje. Het is een romantisch beeld dat zeker nog bestaat, marginaal of als hobby, maar dat geen echte rol meer speelt in het bedrijfsleven.

Maar ook binnen bedrijven zijn er mensen die een stiel kennen en die goed werk willen afleveren. Dat kan een plaatslager zijn, of een ingenieur of een analist in een consultancy-bedrijf. Goed werk afleveren is een motivatie op zich. Maar dat moet kaderen in een omgeving die dat toelaat en waardeert.

Goed werk volgens de werknemer kan botsen met ‘goed genoeg’ werk volgens de bedrijfsleiding. Le mieux est l’ennemi du bien, wist Voltaire. De manager denkt in begrippen als winstmaximalisatie — een verguld woord voor hebzucht — en een product is goed genoeg als het de hoogste winst met de laagste kost verenigd. In bedrijven wordt het dramatisch als het management de voorstellen van de werkvloer negeert, nochtans op ervaring gebaseerd, en zijn arrogante wil doordrijft6. In het minst erge geval verliezen de werknemers hun interesse en betrokkenheid, in het ergste geval verliezen ze hun job omdat de o zo verlichte managers bij dalende omzet alleen maar denken aan cost-cutting.

Motivatie van de werknemer gebeurt dan minder en minder door de job zelf, maar door competitiemodellen die individualisme stimuleren. Dat is de verdeel-en-heers politiek van de manager. Coöperatie werkt beter, maar is bedreigend voor de manager. Want al denkt hij om het even welke sector te kunnen managen, dikwijls is hij vreemd aan het métier van zijn werknemers.

De moderne industrie heeft de ambachtsman op verschillende manieren buiten spel gezet.

Highly specialised skills represent not just a laundry list of procedures but a culture formed around these actions. [p. 107]

Maar in de 19de eeuw werden de procedures, handelwijzen, werkmethodes, door gekapitaliseerde vennootschappen ontleed en in stukjes gehakt, waarbij elk onderdeel zo beschreven was dat het door minder geschoolde arbeiders kon uitgevoerd worden. Bestuurders van bedrijven hadden geld maar geen know-how en het zinde hen niet afhankelijk te zijn van capabele, maar dikwijls eigenzinnige ambachtsmensen.

    Een mooi voorbeeld is dat van Ottmar Mergenthaler. Hij was een Duitse uitvinder die eind 19de eeuw naar de VS uitweek. Hij vond de Linotype uit, een knappe zetmachine voor loden letters. Hij was uitvinder, maar had niet de fondsen om zelf prototypes te maken, laat staan te produceren. Daarvoor associeerde hij zich met geldschieters. Mergenthaler bleef zijn toestel verbeteren en wou steeds maar vernieuwingen aanbrengen, dit tot ergernis van de geldschieters voor wie het al lang goed was: het product verkocht.

Ook juridisch werd de ambachtsman zijn productie onttrokken: vroeger waren zijn ontdekkingen, uitvindingen zelfs, zijn eigendom. Maar het patenteren gebeurde op niveau van de vennootschap. De ambachtsman/uitvinder viste achter het net en verloor de vruchten van zijn inventiviteit (en de stimulans om verder te vernieuwen)7.

De ambachtsman maakt ook geen nieuwe technieken meer, ze overkomen hem. “Skilled operatives live with and through machines but rarely create them in modern industry. Technological advance comes in this way to seem inseparable from domination by others. [p.108]”

De capabele stielman en het bedrijsleven zijn een ongelukkige combinatie, in het nadeel van ons allen.

vogelvlucht

Richard SennettSennett schrijft met een weide blik. Soms moet je hijgend achteraan lopen als hij met steeds nieuwe inzichten komt. Gelukkig wordt zijn gedachtestroom regelmatig onderbroken — en toegelicht — door een voorbeeld in detail uit te werken.
Maar soms maakt hij eenvoudige denkfouten. Hij beschrijft de Linux programmeergemeenschap terecht als vakmensen, maar twijfelt dan over de kwaliteit van de inhoud van Wikipedia. Dat heeft natuurlijk niets met mekaar te maken. De vakman/programmeur die een knappe tekstverwerker maakt, is niet verantwoordelijk voor de onzin die daarmee geschreven wordt.
Soms praat hij gewoon uit zijn nek: “In the Middle Ages, as in antiquity, oiled paper usually served instead of glass in the windows of most prosaic buildings.” Wat een anachronisme: oiled paper toen er nog geen papier bestond.

Maar dit is spijkers op laag water zoeken. Dit boek is zo rijk aan ideeën dat het moeilijk is er een goed beeld van te geven. In mijn bespreking heb ik me vooral gefocust op het ambacht als leerproces en als motivatie voor een vol leven. Ik kijk al uit naar de lectuur van Together.


Bron foto’s:
— glasblazer: website van Juul Vernooij, foto: Roderik van der Kamp
— Adolf Loos: Haus Steiner, Vienna; foto Wikimedia Commons
— Richard Sennett in La pedrera, Barcelona, geïnterviewd in El País


Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinFacebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedin

Comments are closed.

  1. Het tweede boek noemde hij Warriors and Priests. Uiteindelijk werd het gepubliceerd als Together.

  2. Renzo Piano ontwierp het Paul Klee museum te Bern

  3. Beeldhouwer, typograaf en graficus. Eric Gill, Een verhandeling over typografie

  4. Daarover had hij het al in The Culture of the New Capitalism.



boekenkast-1

boekenkast-2

boekenkast-3