a common reader

Alessandro Baricco’s fictieve roman

· 16 October 2013 |  by Janantoon
· Published in: andere literatuur · FOCUS
· Tagged with:

Alessandro Baricco, Driemaal bij dageraadSoms komt in literatuur fictieve literatuur voor. Een merkwaardig verschijnsel. Een bekend voorbeeld is JM Coetzee die de fictieve schrijfster Elisabeth Costello tot leven brengt. Die schrijfster is bekend geworden met haar even fictieve roman The House on Eccles Street, waarin Molly Bloom haar verhaal doet, dat allicht zal afwijken van Leopold Bloom’s mijmeringen in Ulysses van James Joyce.
Nabokov kent daar ook wat van. In The Real Life of Sebastian Knight gaat de protagonist op zoek naar zijn halfbroer, de schrijver Sebastian Knight. In de loop van de zoektocht, die iets onwezenlijks heeft, worden verschillende romans van deze Knight vermeld. Met titels als The Prismatic Bezel en The Doubtful Asphodel.
En natuurlijk denk ik aan Jorge Luis Borges die zelfs een fictieve encyclopedie bedenkt. Ik vraag me af waarom schrijvers een fictieve roman creëren in hun eigen werk. Is het omdat ze fundamenteel ontevreden zijn met hun eigen werk en zich willen terugvinden in een fictieve, maar o zo knappe roman? En krijgt de lezer ook geen zin om die vermelde en gelauwerde romans te lezen?
Dat brengt me bij Alessandro Baricco. In zijn roman Mr Gwyn voert hij de gelijknamige schrijver op. Jasper Gwyn is een internationaal gevierd schrijver die op 43-jarige leeftijd plots publiekelijk aankondigt niet meer te zullen schrijven. Maar na enkele jaren blijkt hij het schrijven toch te missen en begint hij met het anoniem schrijven van portretten. Wanneer zijn anonimiteit gebroken wordt, verdwijnt hij helemaal.
Maar via zijn assistente Rebecca ontdekken we dat er meer aan de hand is. Zoals Pessoa gebruikte Jasper Gwyn enkele heteroniemen. En onder de naam van een vrouwelijke auteur schreef hij Drie maal bij dageraad.

Nu heeft Alessandro Baricco het niet kunnen laten om die fictieve roman ook werkelijk te schrijven.

Drie maal bij dageraad bestaat uit drie korte verhalen. Ze vinden stuk voor stuk net voor en tijdens de dageraad plaats, beginnen in een hotel en draaien telkens om een man en een vrouw, mogelijk steeds dezelfde man en vrouw maar met verschillende leeftijden en in helemaal verschillende situaties.
Het eerste verhaal speelt zich af in een oud stijlvol hotel. Een man van tweeënveertig en een beeldschone, niet meer piepjonge vrouw treffen elkaar om vier uur ’s nachts in de lobby. Zo verwaaid en lichtzinnig als zij is, zo ordelijk en ernstig is hij. De vrouw voelt zich misselijk en vraagt de man haar naar zijn kamer te brengen, waar ze haar jurk uittrekt en in bed kruipt. Hij heeft een dringende afspraak maar zij weet zijn aandacht te vangen zodat hij blijft tot de politie aan de deur klopt.
Wie Mr Gwyn heeft gelezen, zal een betekenis kunnen toedichten aan de geheimzinnige melancholieke sfeer die dit verhaal uitademt. Niets is wat het lijkt, beseffen we, en die impressie wordt in de volgende stukken alleen maar sterker.
In het tweede verhaal bevinden we ons in een smoezelig hotelletje aan de rand van de stad. De nachtportier helpt een jonge vrouw weg te vluchten van haar agressieve vriend. Het is meteen duidelijk dat het om dezelfde personages gaat als in het eerste verhaal, maar zij is nu zestien en hij is zestig. In het laatste verhaal draait Baricco de situatie om: daar is zij zesenvijftig en hij een jongetje van dertien.

De verhaaltechniek doet me wat denken aan de methodes van Max Frisch in Mein Name sei Gantenbein: een man trekt verhalen aan zoals kleren. Vreemd genoeg deed de sfeer van de verhalen me denken aan Michelangelo Antonioni’s film Professione: reporter [The Passenger] met Jack Nicholson in de hoofdrol.

Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinFacebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedin

Comments are closed.



boekenkast-1

boekenkast-2

boekenkast-3