Hella Haasse: Oeroeg
31 March 2009,
Filed under: 2009, Dutch

Totnutoe had ik voornamelijk latere werken gelezen van Hella Haasse, onder andere: Heren van de Thee, Mevrouw Bentinck, Onverenigbaarheid van karakter & De groten der aarde, en onlangs nog Fenrir, waar ik niet zo weg van was.

Mijn vriendin had me Oeroeg aangeraden, dat ze vergeleek met het verhaal van Saïdjah en Adinda. Het is inderdaad een mooi – en droevig – verhaal. Twee jongens in Nederlands Indië die bijna gelijktijdig geboren worden en samen opgroeien. Alleen is de ene een zoon van een blanke theeplanter en de andere de zoon van een bediende, een inboorling, Oeroeg. De vader van Oeroeg sterft op onnodige wijze door lichtzinnigheid van de theeplanter en vrienden die op bezoek zijn. Als compensatie krijgt Oeroeg een opleiding betaald die parallel loopt aan die van het blanke jongetje.
Als kind beleven ze alles samen, zijn de dikste vrienden. Maar gaandeweg komen er elementen van buiten tussen hen te staan, standenverschil, kolonisatie. Etiketten worden geplakt. En op het laatste is er vijandschap en ontworteling. Het probleem van niet te behoren bij het land waar je opgegroeid bent. Of niet meer.
Een zeer sterke roman.

Meer van en over Hella Haasse.


Coetzee: Waiting for the Barbarians
29 March 2009,
Filed under: 2009, English, Nobel prize

coetzee-barbariansUntil now I only read Coetzee’s later works like Disgrace, Slow Man, Diary of a Bad Year. I started reading this earlier novel, strangely enough, because in a poetry anthology I recently bought, I came upon the poem by C.P. Cavafy Waiting for the Barbarians. And this made me think that this poem may have been the inspiration for the title of this novel. Without doubt, if you compare the poem and the novel. Certainly the last lines are meaningful:

Why this sudden restlessness, this confusion?
(How serious people’s faces have become.)
Why are the streets and squares emptying so rapidly,
everyone going home so lost in thought?

Because night has fallen and the barbarians have not come.
And some who have just returned from the border say
there are no barbarians any longer.

And now, what’s going to happen to us without barbarians?
They were, those people, a kind of solution.

A kind of solution? Of course, providing the external (and vague) enemy to hide problems at home. Like in Orwell’s Nineteen Eighty-Four.

The setting is a small frontier settlement of an Empire. Time and place do not matter. For some reason the Empire becomes afraid of an impending raid by the barbarians. A colonel of a special branche of police is sent to the settlement to make enquiries. The local Magistrate, the narrator, is apprehensive at first (there have never been disturbances by ‘barbarians’), but feels more and more repugnance towards the methods used by this interrogation specialist.
Eventually he makes his own statement and becomes an ‘enemy’ of the Empire.
I quote Nadine Gordimer from the back cover:

J.M. Coetzee’s vision goes to the nerve-centre of being. What he finds there is more than most people will ever know about themselves, and he conveys it with a brilliant writer’s mastery of tension and elegance.

And sensitivity. Coetzee unravels our feelings. The horror of torture, but also the fascination. The barbarians are inside ourselves. Coetzee’s way of seeing human beings is very much like Raimond Gaita’s in The Philosopher’s Dog.
At one point the magistrate asks one of the torturers:

Forgive me if the question seems impudent, but I would like to ask: How do you find it possible to eat afterwards, after you have been… working with people? That is a question I have always asked myself about executioners and other such people. Wait! Listen to me a moment longer, I am sincere, it has cost me a great deal to come out with this, since I am terrified of you, I need not tell you that, I am sure you are aware of it. Do you find it easy to take food afterwards? I have imagined that one would want to wash one’s hands. But no ordinary washing would be enough, one would require priestly intervention, a ceremonial of cleansing, don’t you think? Some kind of purging of one’s soul too — that is how I have imagined it. Otherwise how would it be possible to return to everyday life — to sit down at table, for instance, and break bread with one’s family or one’s comrades?

More by JM Coetzee.


Pierre Assouline: Les invités
18 March 2009,
Filed under: 2009, French

Les invitésIk heb dit boek niet verslonden, want dat zou niet passen bij het onderwerp, maar gesavoureerd, in één ruk dan wel. In Les Invités beschrijft Pierre Assouline een diner bij de hoge Parijse bourgeoisie, een diner gegeven door gastvrouw Sophie du Vivier, die bekend staat voor haar smaak en de finesse van haar avonden. Niet alleen door de entourage en de kwaliteit van eten en drank, ça va de soi, maar door de kwaliteit van de genodigden en de gesprekken die zich ontwikkelen.

Alleen geeft één van de gasten op het laatste ogenblik forfait en als ze aan tafel willen gaan blijken ze met dertien te zijn, tot afgrijzen van één van de aanwezigen.
De situatie dreigt uit de hand te lopen, maar de eregast lost dit op door het dienstmeisje Sonia te vragen om mee aan tafel te gaan. Het dienstmeisje van Marokkaanse afkomst.
Pierre Assouline gebruikt dit als enscenering voor een portret van de huidige Franse maatschappij (en bij uitbreiding Europese) met zijn vooroordelen, zijn smaak (goede en slechte), zijn savoir vivre (ou pas savoir).
In een Frans om van te smullen.


Hella Haasse: Fenrir
10 March 2009,
Filed under: 2009, Dutch

Deze korte roman van Hella Haasse deed me denken aan Karen Armstrong’s A Short History of Myth: de fascinatie van de mens voor een dier als de wolf, de legenden en mythen die daarrond ontstaan, de symbolen die daaraan beginnen te kleven en de manier waarop die symbolen gebruikt en misbruikt worden.
Ook de behandeling van zo’n dier, dat niet als een gewoon dier gezien wordt, maar door de bril van eeuwenoude vooroordelen.
Hella Haasse bouwt het verhaal goed op. Ze brengt een aantal personen samen, zoals de pianiste Edith Waldschade en de would-be journalist Mathias Crone, die van de wolf houden gewoon als dier. Al is Waldschade’s vader een prominent geleerde geweest die jarenlang publicaties deed net rond de legendes en mythes die de wolf omringen. Dit gedachtengoed trekt dan weer rechtse en neo-nazi elementen aan. En dit culmineert dan in een dramatisch weekend op een landgoed in de Ardennen.
Meeslepend geschreven, al is de combinatie van een reeks ‘toevalligheden’ soms nogal vergezocht.

Hella Haasse