Drukwerk in de Marge
27 January 2007,
Filed under: about books

Naar aanleiding van Koppermaandag krijg ik steeds een attentie in de bus, weze het een koppermaandagprent of, zoals dit jaar Mooi Marginaal, een prachtige uitgave van de Stichting Laurens Janszoon Coster.

Deze leuke gewoonte is een onderdeel van het lidmaatschap van de Stichting Drukwerk in de Marge. Deze vereniging zet zich al jaren in voor de bevordering van het grafisch erfgoed, ze stimuleert de productie van bibliofiele boeken door ‘drukkers in de marge’, wat de Engelsen Private Presses noemen.

Verschillende van de bibliofiele boeken die ik bezit werden gekocht op de jaarlijkse boekkunstbeurs die wordt ingericht door de Stichting, de laatse jaren in de Pieterskerk in Leiden. Bovendien is er meestal ook een delegatie van Drukkers in de Marge aanwezig op andere beurzen zoals Druksel te Gent of de tweejaarlijks Fine Press Book Fair te Oxford.

Wie mijn site reeds kent, weet dat ik een enorm boekenliefhebber ben. Ik geniet dan ook volop van een uitgave als deze, waarin gelauwerde bibliofiele uitgaven van de laatste twee jaar werden opgenomen. Om te watertanden. Het omslag van deze uitgave vond ik echter minder geslaagd dan de vorige editie. Maar verder is het volop genieten van de beschrijving van de uitgaven. Hoeveel creativiteit is hier niet gebundeld?

Ik hou ook van het enthousiasme waarmee de mensen van Drukkers in de Marge ijveren voor het goede boek. Ik kan iedereen die houdt van creativiteit in typografie of papier of boeken, alleen maar aanraden om lid te worden van de Stichting.
Voor mij houdt mijn lidmaatschap de stille wens levendig dat ik ooit nog eens terug mijn proevenpers zal gebruiken.


gedichtendag 2007
25 January 2007,
Filed under: poetry




Het is vandaag gedichtendag en ik heb nog niet de kans gehad een gedicht te lezen. Misschien moet dat ook niet per sé, maar op deze dag wil ik toch graag mijn verknochtheid aan dit literaire genre kunnen uiten.
Ik was daarnet aan het bladeren (elektronisch dan) in mijn verzameling gedichtenbundels, op dit moment 153 boeken. En tot mijn groot genoegen vind ik er toch echte pareltjes tussen. Ik wil er graag enkele uitlichten.

De iguanodons van Bernissart van Geert van Istendael is één van mijn favoriete bundels doordat het een prachtig samenhangend geheel is. Het heeft geen zin uit deze bundel een gedicht te lichten, ze hangen aan mekaar vast.
Een compleet verschillend dichter was Jan Hanlo, wiens verzamelde Gedichten slechts een dun boekje opleveren, maar wat een pareltjes. Tom America heeft er een prachtige CD mee gemaakt waarbij de muziek de gedichten echt laat spreken.
In de Engelstalige poëzie kan je niet rond TS Eliot. Ik heb van hem verschillende bundels, oa een prachtige bibliofiele uitgave van het gedicht The Journey of the Magi. Het Barre Land is een vertaling van The Waste Land door mijn vriend Jan Venderickx. Maar bij mijn favoriete Engelstalige dichters horen zeker Philip Larkin met oa The Whitsun Weddings en Seamus Heaney met ondermeer Seeing things.
Eén van mijn eerste literaire liefdes was die voor de verfrissende gedichten van Jacques Prévert. Mijn uitgave van Paroles is zo goed als versleten.

Bij de Spaanstalige auteurs is Pablo Neruda een symbool. Wat een rijke taal, verbeelding en inzet. Ik heb zijn volledige werk, maar vermeld hier de tweetalige uitgave van de Cien sonetos de amor met de knappe vertaling van Willy Spillebeen. Tegelijk wil ik ook een bloemetje geven aan Uitgeverij P die op een succesvolle manier poëzie leven geeft.

Buiten volledige bundels van een bepaalde dichter hou ik erg van bloemlezingen. Zij geven de kans om vele dichters naast mekaar te kunnen proeven, en buiten de traditionele verzamelingen rond thema’s als liefde of dood, zijn er zeer leuke en eigenzinnige zoals De fiets van Wim J. Simons en Poems on the Underground.





Het Uitgelezen Kadaver, Isabel Lipthay
23 January 2007,
Filed under: Spanish, politics

Isabel LipthayIsabel Lipthay is Chileense. Ze werd geboren in Santiago, maar bracht haar jeugd grotendeels in het zuiden van het land door, in de schaduw van Volcano Osorno. Zij studeerde journalistiek en zang en heeft vroeger gewerkt in de culturele sector voor TV, radio en verschillende tijdschriften. Tot zij — zoals zovelen — moest vluchten voor de represailles van het Pinochet-regime. Sinds 1983 heeft zij in Duitsland een nieuw leven opgebouwd, is er gehuwd en heeft een fijne dochter. Zij geeft les, vormt samen met haar man een muzikaal duo (te contacteren via hun website www.contraviento.de) en schrijft verhalen en gedichten. Twee verzamelingen werden tweetalig uitgegeven bij Unrast Verlag: Aquel Encuentro — Die Begegnung en Curiosas plantas y otros sueños — Seltsame Pflanzen und andere Lebensbilder. Zij publiceert regelmatig in tijdschriften en kranten in Chili en Duitsland. Recent nog was ze gastdocent Spaans en Latijnsamerikaanse muziek aan de von Humboldt University, Arcata, California.

De dood van Pinochet heeft haar niet onberoerd gelaten. Zoals vele Chilenen grieft het haar dat hij is kunnen “ontsnappen” zonder berecht te zijn geweest. Zij schreef hierover deze tekst, die zowel in Duitsland als in Chili in kranten gepubliceerd werd.

Het Uitgelezen Kadaver

Alleen en in een ver land waarvoor ik niet koos, zonder dat ik kan feesten met de mijnen in Chili, heb ik één wens: dat Pinochet, waar hij zich ook bevindt, vanaf nu tot in der eeuwigheid omgeven is door zijn slachtoffers. Verweg en alleen voel ik me verbonden met de mijnen door dat onzichtbaar weefsel van smart dat ons sinds toen samenbindt. Wij vieren omdat het lichaam van HEM gestorven is. Dit is geen vreugde, we kunnen ons niet verheugen over de dood die we goed kennen en die HIJ en de zijnen ons zo dikwijls toedienden.

Het is geen vreugde. Het is wanhopige euforie. Een opluchting van de enorme last die sinds 33 jaar dag en nacht op ons woog. Het is geen vreugde, of toch? Het is toosten met zand tussen de tanden voor het Uitgelezen Kadaver dat heengaat, zin om flessen te openen, de straat op te gaan en mekaar te omhelzen, samen te zijn in Chili. Maar ik ben alleen en ver, zoals anderen, door zijn schuld reeds zovele jaren verspreid.

Het is geen vreugde. Want HIJ triomfeerde en was ons nog eens te slim af. Het Uitgelezen Kadaver vertrok zonder veroordeling en mét eer, en liet ons ploeteren in een zee van straffeloosheid.

Zijn aanhangers blijven ons in het gezicht slaan met herdenkingen en eerbetoon, en malen er helemaal niet om dat zelfs de presidente van Chili een belichaming is van de slachtoffers van de dictatuur. Zij weten het en met hun misprijzen en gebrek aan respect vertellen ze ons dat ze de brutale geschiedenis met plezier zouden overdoen. Zij zouden ondertussen toch al moeten begrepen hebben dat meervoudige moordenaars en bedriegers sober en in stilte begraven moeten worden.

Het Uitgelezen Kadaver is de tragische kloof die twee Chili’s verdeelt: de gemeenschap die haar moordenaars verdedigt en de gewonde gemeenschap die smeekt om waarheid en recht. De barst die ons verdeelt wordt opnieuw geopend. Het herinnert ons aan de schande dat Pinochet, het complexe netwerk met de Verenigde Staten, de CIA, Kissinger en Nixon, de geheime diensten van de Cono Sur en hun Operatie Condor, hun dictaturen en smerige oorlogen, onze prille latijnsamerikaanse democratieën nog steeds gevangen houden. Het Uitgelezen Kadaver herinnert ons aan de geur van angst en afgrijzen die ons toen verlamde.

Twee Chili’s: onze tragedie, onze Fenix, onze kloof. Ondanks rechtvaardige rechters en onvermoeibare verdedigers van de mensenrechten behoudt de justitie haar blindheid. Ondanks de zovelen die de open wonde in hun gelaat dragen, temidden van spotters en bespotten.

In Duitsland moesten er 50 jaren voorbijgaan voor men collectief de wonde van Hitler kon beginnen helen. In de Verenigde Staten slepen zich nog steeds de veteranen van de Vietnamoorlog voort, en nu die van de Irakoorlog, en de maatschappij maakt er “helden” van. In Spanje, recent na 60 jaar, begon men Franco’s doden op te graven.

Hoeveel jaren zullen deze twee Chili’s, waaraan het Uitgelezen Kadaver ons herinnert, nog nodig zijn? Hoeveel jaren nog voor rechtvaardigheid, waarheid en tederheid er zullen in slagen een brug te vlechten tussen deze kloof en onze collectieve heling?

© Isabel Lipthay en © vertaling Jan Mariën

El Cadáver Exquisito

Sola, en tierras lejanas no elegidas, sin poder festejar con los míos en Chile, tengo un deseo: que Pinochet -donde sea que esté- esté rodeado de aquí a la eternidad por sus víctimas. Lejos y sola, me siento unida con los míos por aquel tejido invisible de dolor que nos liga desde entonces.
Celebramos porque el cuerpo de EL ha muerto. No es alegría lo nuestro, no podemos alegrarnos de la muerte que bien conocemos y que EL y los suyos nos inflingieran tantas veces.

No es alegría. Es euforia desesperada. Un alivio de la carga gigantesca que ha pesado noche y día desde hace 33 años. No es alegría. ¿O si lo es? Es brindar con arena entre los dientes por el Cadáver Exquisito que se va, el deseo de abrir botellas, salir a las calles y abrazarse allá, estar juntos en Chile. Pero estoy sola y lejos, como otros, dispersos por su culpa ya tantos años…

No es alegría. Porque EL triunfó y se burló una vez más de nosotros. El Cadáver Exquisito partió sin juicio y con honores, dejándonos chapoteando en un mar de impunidad.

Sus adeptos siguen abofeteándonos con sus celebraciones y honores, pasando por alto que hasta la propia Presidenta de Chile encarna a las víctimas de la dictadura. Ellos lo saben, y con su desprecio y falta de respeto nos dicen que volverían a repetir con gusto la misma brutal historia. A estas alturas deberían haber entendido que los asesinos múltiples y estafadores deben ser enterrados decentemente y en silencio.

El Cadáver Exquisito es el abismo trágico que separa a los dos Chiles: la sociedad que defiende a sus asesinos y la sociedad herida que clama por verdad y justicia. Se reabre la grieta que nos divide. Nos recuerda la ignominia que Pinochet, la compleja red con los EEUU, la CIA, Kissinger y Nixon, los servicios secretos del Cono Sur y su “Operación Condor”, sus dictaduras y guerras sucias, aun nos mantienen atrapados en medio de nuestras incipientes democracias latinoamericanas. El Cadáver Exquisito nos recuerda el olor del miedo y el espanto que nos paralizó entonces.

Dos Chiles: nuestra tragedia, nuestro Ave Fenix, nuestro abismo. A pesar de jueces justos y defensores incansables de derechos humanos, la justicia mantiene su ceguera. A pesar de tantos que llevan la herida abierta en sus rostros, entre burladores y burlados.

En Alemania hubieron de pasar 50 años para comenzar a cerrar colectivamente la herida de Hitler. En Estados Unidos aún se arrastran los veteranos de la Guerra de Vietnam y los nuevos de la Guerra del Irak, y la sociedad los sublimiza en calidad de “heroes”. En España, recién después de 60 años, comenzaron a desenterrar los muertos de Franco.

Cuantos años mas necesitarán los dos Chiles que nos recuerda hoy el Cadáver Exquisito? ¿Cuantos años, hasta que Justicia, Verdad y Ternura logren tejer el puente entre este abismo y nuestra colectiva sanación?

© Isabel Lipthay


Jorge Edwards: Persona non grata
19 January 2007,
Filed under: 2007, Suramérica, politics

Persona non grata¿Por qué me ha gustado tanto este libro? No es una novela, tampoco un documental. Es el relato muy personal del autor que fue el primer embajador (es decir encargado de negocios) de Chile en Cuba después de que el presidente Allende asumiera su papel.
En 1971 Cuba ya había vivido mucho. Después de los primeros años revolucionarios y idílicos crecía una divergencia entre la realidad cotidiana para el pueblo y la retórica revolucionaria. Habían sufrido la muerte del Che, el bloqueo por los EEUU, el fracaso de varias zafras, la escasez de muchas cosas básicas, el enfrentamiento entre los EEUU y la URSS. Fidel se había instalado como Jefe Máximo, un jefe carismático, pero aun así un dictador.

Con este libro Jorge Edwards descorre el velo de la vida cotidiana en Cuba donde nada funciona como es debido salvo la policía secreta. Es el retrato de un país que trata de vivir un sueño pero que vive una realidad muy duro. Edwards relata las vejaciones cotidianas que ha sufrido, la censura de sus amigos escritores aunque sean amigos de la revolución (porque la revolución cubana es la propriedad de Fidel. El no necesita escritores para ayudarle…)
Un ejemplo triste de la vida cubana: Fidel tenía una finca modelo para mejorar la calidad de vacas lecheras y él quería hacer un camembert mejor del queso de Normandía. Mientras tanto

los niños tienen una cuota estrictamente racionada, hasta que cumplen siete años de edad, y los adultos tienen que probar que sufren de úlcera, o algo parecido, y aun así obtienen leche con grandes dificultades.

También es un testimonio de lo que ha pasado en Chile en los años 1971-1973. Por eso es un documento histórico pero es más. Es un ejemplo muy elaborado de un fenómeno creciendo: la Mentira Política, en la tradición de Nineteen Eighty-Four de George Orwell.


Juan José Millás: El ojo de la cerradura
19 January 2007,
Filed under: 2007

El ojo de la cerraduraDe Juan José Millás ya había leído su novela Dos mujeres en Praga. Me ha gustado mucho aunque sea una novela muy trabajada.
De vez en cuando leo sus textos sobre la actualidad en El País. Me gusta su visión y además la ironía con que escribe sus textos. Tiene el don de la observación y la maestría de las palabras.

El ojo de la cerradura es una compilación de textos que ya han aparecido en El País (bajo el título Pie de foto). Reconocí un texto sobre la ejecución de una mujer “Lo que dura un segundo” y no he dudado ni un segundo si compraría este libro.
Cada texto tiene una foto o mejor: cada foto es el motivo por un texto en que Millás ve más que lo obvio. La foto de la cubierta provoca el texto ‘Naturaleza muerta’ sobre la soledad de muchos ancianos y la sorna de estadísticas.

Escribe sobre esta mujer que ha sido ejecutado. Sobre un niño hambriento. Sobre obispos manifestandos, personas sin techo. Es una manera especial de observar nuestro mundo y lo que allí sucede.

Juan José Millás:

Gran parte de las fotografías seleccionadas para este libro, incluido la de la cubierta, tienen la virtud de que, sin dejar de ser profesionales y de referirse a asuntos públicos, irradian un halo de fotografía familiar, de representación íntima. Parecen escenas captadas a través del ojo de una cerradura, lo que constituye una singularidad sorprendente. Cierren un ojo, asómense y verán.


Kurt Vonnegut: a man without a country
19 January 2007,
Filed under: 2007, English

a man without a country
A man without a country
A memoir of life in George W. Bush’s America
Kurt Vonnegut

This is a strange amalgam. The Los Angeles Times wrote that this book “may be as close as Vonnegut ever comes to a memoir”.
Indeed, part of the book is a collection of reminiscences: his youth, his family, his ancestors. But that’s not all. Vonnegut talks about writing stories, he lards the text with funny one-liners, he preaches fire and brimstone.

In some ways it reminded me of this other Old Gentleman of Literature: Harold Pinter, who used his Nobel Prize lecture to rage against world politics by the Bushes and Blairs.
At 82, Kurt Vonnegut seems depressed by the state of affairs in the US and “the rest of the world”, as they call it. And that’s where the dark humour comes from: he’s desperately trying to cope with a depressing reality. Not an easy task even for a younger man, but Vonnegut is made of tough material.

I wish I’d be able to write like this when I’m 82.


De atlas van Eddy Posthuma de Boer?
08 January 2007,
Filed under: 2007, photography

De atlas van NooteboomDe atlas van Nooteboom is in de eerste plaats een fotoboek, en kan slechts ‘van Nooteboom’ genoemd worden omdat Cees Nooteboom steeds aanwezig was toen Eddy Posthuma de Boer deze prachtige foto’s nam. De uitgever heeft natuurlijk zijn eigen, commerciële, reden voor de keuze van de titel.
Dus de atlas van de schrijver Cees Nooteboom en de fotograaf Eddy Posthuma de Boer. Margot Dijkgraaf vertelt in een inleiding het verhaal van de tientallen reizen die zij samen maakten over gans de wereld omdat zij mekaar zo goed aanvulden en aanvoelden.
Naast twee korte teksten van Nooteboom is dit boek toch vooral bedoeld om te genieten van de prachtige fotografie van Posthuma de Boer. Foto’s van vóór de tijd dat de fijnste plekken op aarde overspoeld werden door in goedkope chartervluchten aangevoerde Westerse runderen.
Je voelt — en dat maakt dit boek ook zo mooi — dat zowel schrijver als fotograaf weliswaar verre plekken bezochten en beschreven om den brode, maar dat ze dat deden met heel veel respect zowel voor de mensen als voor de landschappen.
Er worden ook schrille contrasten getoond: in hetzelfde jaar 1968 foto’s van Bolivia en van de betogingen in Parijs. Uiteenlopende werelden als Mali en Japan. Een boerenfamilie op Lanzarote die hun land ploegen met een kameel, Nooteboom achter de schrijftafel van Cervantes, buffels in een rivier in Maleisië, monniken in een abdij in de Ardennen.
Prachtig.


Theun de Vries: Het motet voor de Kardinaal
01 January 2007,
Filed under: MY LIBRARY

Het motet voor de Kardinaal

Theun de Vries

language: Dutch
published by: Querido
first edition:
printed: 1973
purchased: 2007
binding: hardback
isbn: 9021413892
acquired via: Abebooks

Meer Theun de Vries.


L.N. Tolstoj: Oorlog en Vrede
01 January 2007,
Filed under: MY LIBRARY

Oorlog en Vrede
Deel I

L.N. Tolstoj

language: Dutch
published by: van Oorschot
first edition:
printed: 2006
purchased: 2007
binding: hardback
isbn: 9789028240469
acquired via: Limerick


L.N. Tolstoj: Oorlog en Vrede
01 January 2007,
Filed under: MY LIBRARY

Oorlog en Vrede
Deel II

L.N. Tolstoj

language: Dutch
published by: van Oorschot
first edition:
printed: 2006
purchased: 2007
binding: hardback
isbn: 9789028240469
acquired via: Limerick