een spotvogel doden?

Er zijn zo van die (moderne) klassiekers die je al jaren wil lezen, maar die toch niet uit de boekenkast geraken. Ulysses van James Joyce is zo een boek. En tot nu ook To kill a mockingbird van Nelle Harper Lee. Ik had het al lang als pocket, maar kreeg twee jaar geleden een mooie editie (50ste verjaardag van het boek) van mijn zoon.
Een tijdje geleden zag ik nog eens de film Capote, waar Harper Lee ook een belangrijke rol in speelt, als personage dan. En nu heb ik het eindelijk vastgepakt en zeer snel uitgelezen.
Het is een zeer goede roman, maar toch vraag ik me af of deze roman in Europa een zelfde weerklank en een zelfde blijvend succes kon gekend hebben.
De roman werd gepubliceerd in 1960 maar speelt zich af in 1935 in het fictieve stadje Maycomb in het zuiden van Alabama. Het zal wel geënt zijn op Harper Lee’s geboorteplaats Monroeville, een plaatsje (stadje?) van ongeveer 6000 inwoners. De sfeer is dan ook zeer provinciaal, slaperig. De recessie doet zich voelen en de slavernij mag dan wel officieel afgeschaft zijn, in werkelijkheid bestaat er een de facto apartheidspolitiek.
Binnen die sfeer wordt een neger beschuldigd van de verkrachting van een blanke vrouw, een halsmisdaad. De lokale advocaat Atticus Finch wordt door de rechtbank aangeduid om hem te verdedigen.
Het hele verhaal wordt verteld door de negenjarige dochter van Atticus. Een groot deel is inleiding en sfeerschepping. De rechtszaak komt pas in de tweede helft van het boek aan bod. Tot dan is het kinderlijk verhaal geloofwaardig, maar in de rechtszaal krijgen we het verloop en de verdedigingstactiek van Atticus geduldig uitgelegd door de plots erg wijze dochter. Laat mij deze aanpak vergelijken met één van de boeken van wereldkampioen schaken Max Euwe: Oom Jan leert zijn neefje schaken.
Allicht is dit de bedoeling. De lezer wordt met de hand meegenomen en duidelijk gewezen op wat ethisch verantwoord is en niet, wiens gedrag er door kan en wiens gedrag onbehoorlijk is. Misschien hadden de lezers uit Alabama — die zij allicht vooreerst op het oog had — zoiets nodig. Misschien hebben ze dat zelfs nu nog nodig om uit te leggen dat het niet normaal is dat George Zimmerman zomaar de zwarte teenager Trayvon Martin kan doodschieten en dan lekker thuis een pintje mag gaan pakken.
Vandaar dat ik me afvraag of deze roman, als Europese roman, zo had kunnen aanslaan. Ik zeg niet dat er in 1960 in Europa geen racisme was, maar onze sociale gevoeligheid en ons rechtssysteem stonden (en staan) toch op een ander niveau, lijkt me.
En wat aanklagen van sociale toestanden betreft, Multatuli schreef honderd jaar eerder, in 1860, reeds een sociale roman van een heel ander niveau.
Evengoed was het leuk om lezen. Weer een klassieker die ik kan aanvinken.

07 May 2012
Categories: 2012, English literature

Comments (0)

Jerusalem Quartet en Alexander Melnikov

Vorige maandag, 16 april, maakten wij een optreden mee van het Jerusalem Quartet in de Handelsbeurs te Gent. Ik had de avond geboekt vooral omdat ze het tiende strijkkwartet van Shostakovich speelden. Maar ook omdat Alexander Melnikov samen met hen het piano kwintet van Robert Schumann zou spelen.
Hiernaast zie je een foto van Melnikov die guitig over de pianovleugel kijkt tijdens een repetitie.
Na het strijkkwartet nummer 15 van Mozart speelden ze het tiende van Shostakovich. Ik hou enorm van zijn muziek en probeer zoveel mogelijk live opvoeringen mee te maken. Dat is steeds toch nog iets anders dan een cd, ook al heb je de beste uitvoeringen. De magie die een live opvoering kan hebben is op een opname moeilijk te evenaren.
Het Jerusalem Quartet speelde goed, heel goed zelfs, maar toch, toch bleef de muziek niet zo hangen.
Na de pauze kregen we gelukkig iets anders te horen. Was het door de kracht van Melnikov’s persoon of gewoon doordat de muziek hen meer ligt, ik weet het niet, maar het piano kwintet van Schumann was een onvergetelijke ervaring.
Toch vreemd. Wat maakt nu toch dat een zelfde ensemble soms gewoon een goede performance, maar dan plots muziek maakt? Wat maakt dat sommige verzen plots poëzie worden?
Hun cd samen met Melnikov was net van de pers gegaan en na de voorstelling kon ik ze direct kopen. Een aanrader.
Meer info over het Jerusalem Quartet vind je op hun site.

22 April 2012
Categories: music
Tags: ,
Comments (0)

boekenoogst in Keulen

Keulen heeft niet de charme van een stad als Berlijn. Maar het is niet zo ver en best leuk voor enkele dagen er tussenuit. Voor mij was de aanleiding een tentoonstelling in het Museum für Angewandte Kunst: Von Aalto bis Zumthor: Architektenmöbel. Uiteindelijk stelde de tentoonstelling niet zo veel voor. Wij bemerkten allebei dat de Keulense design-verzameling verbleekte bij ons eigen Gentse design museum. Een beetje chauvinisme mag, we zullen daar niet van dood gaan.
Ik heb er wel een prachtig boek over een aantal interessante designers gekocht: Masters and their pieces.
Tot onze verrassing hadden we ontdekt dat Keulen een Käthe Kollwitz museum heeft. We kenden dat van Berlijn al en waren zeer benieuwd naar dit Keuls museum. Het ligt aan de Neumarkt, op de vierde verdieping van een modern winkelcentrum annex bankgebouw. En het is zeer de moeite waard. Enkele beelden, maar vooral een prachtige verzameling tekeningen en grafisch werk. Veel sterke zelfportretten, die mij steeds aantrekken.
In dezelfde ruimte was er ook een tentoonstelling van beeldhouwer Wilhelm Loth die Kollwitz nog gekend heeft. Ander werk, natuurlijk, maar wel sterk. Deed me denken aan het werk van de Baskische kunstenaar Eduardo Chillida.
Vlak naast het museum ligt, zeer verleidelijk, een Mayersche Buchhandlung. Vier verdiepingen boeken. Hoe kan je daar voorbij lopen?

De Dom van Keulen trekt steeds een massa volk. Wat hen trekt is me een raadsel. Het is een mooie kerk, nogal erg vervuild, maar ik denk dat voor de meesten geldt: “I’ve been there”. Niet ver daarvandaan liggen het Gallo-Romeins museum en het Ludwigsmuseum. Daar zie je al veel minder volk. Het Ludwigsmuseum voor moderne kunst hadden we enkele jaren geleden nog gedaan. Maar we wisten dat ze een goed en gezellig restaurantje hebben én een kleine, maar uitstekende kunstboekhandel.
‘s Avonds maakten we een uitstap naar het kleine stadje Eschweiler waar het duo Contraviento (de Chileense Isabel Lipthay en de Duitser Martin Firgau) samen met de Duits-Italiaanse Claudia Lahn een muzikale avond over de Spaanse burgeroorlog brachten. Het was goed en vooral leuk nog eens onder de vrienden te zijn.

16 April 2012
Categories: graphic art, random thoughts, sculpture

Comments (0)

Benjamin Britten

Ik kom uit een simpel nest. Dat bedoel ik niet negatief. Mijn vader was metaalarbeider, mijn moeder huisvrouw, een zeer bezige bij. Zij gaven mij en mijn broer een degelijke, liefhebbende opvoeding. Wij kregen de kans om te studeren.
Maar cultuur, dat wat zo belangrijk is in mijn leven, heb ik elders moeten oprapen. Dat ik ontvankelijk en gevoelig was, is een geschenk van de goden. En het zaad werd gezaaid door verschillende goede leerkrachten van het Sint-Romboutscollege in Mechelen en zeker ook door de Mechelse bibliotheek.
Die bibliotheek had ook een zeer gevulde discotheek, waar ik al zeer vroeg lp’s ontleende om te beluisteren op mijn kleine pick-up met een goedkope naald. Zo ontdekte ik kriskras Ravel, Tsjaikovski, Vivaldi en anderen. Zonder richting, zonder inzicht, maar met de gretigheid van een spons.
Later ontmoette ik mijn eerste vrouw en bij haar thuis leerde ik echt muziek kennen. Zij gaven mij Bach en de barok. Daarnaast ontdekte ik zelf ook Béla Bartók. En zo is dat blijven groeien. Opera, Monteverdi, Mahler, Rachmaninov, Schumann, Britten, Shostakovich.
Maar in heel die muzikale wereld die mij zo dierbaar is, blijf ik een kind dat beteuterd op de drempel blijft staan. Ik mis het technische inzicht, het gewoon al kunnen lezen van een partituur, zoals ik wel intellectueel genoegen voelde bij een mooie algebraïsche formule of een geannoteerde schaakpartij. Ik mis het dat ik als kind niet de kans had op een piano te tokkelen of een ander instrument geprobeerd te hebben.
Als ik lees, zoals ook in deze beknopte maar fijne biografie van Benjamin Britten, hoe men een muziekwerk kan analyseren, thema’s herkennen ook als ze erg verborgen zijn, ben ik steeds jaloers. Het technische inzicht kan alleen maar het genot van de muziek verhogen. Nu voel ik me als iemand die een goede wijn drinkt, maar niet weet hoe de smaak te beschrijven.
Ik blijf me dan maar behelpen met gewoon goed te luisteren naar veel varianten van mijn geliefde werken en door het lezen van boeken als dit of als een prachtig werkje over de strijkkwartetten van Shostakovich.
Dit is een goede biografie: kort, ter zake, verliest zich niet in roddels en gespeculeer. Britten komt naar voor als verlegen, teruggetrokken, workaholic, pietje precies. Bijna zijn ganse leven twijfelde hij aan zijn kunnen. In Engeland moet hij zich erg geïsoleerd gevoeld hebben. Het homofobe karakter van de Engelse maatschappij droeg daar zeker toe bij, maar ook de creatieve geïsoleerdheid heeft gewogen. Engeland had nauwelijks nog een muziektraditie toen hij begon te componeren. Hij heeft voedingsbodems veelal bij buitenlandse componisten moeten zoeken, al was Purcell voor hem ook zeer belangrijk.
Hij is bijna vijftig als hij Mstislav Rostropovich ontmoet. Deze uitzonderlijke cellist geeft een nieuw elan aan Britten’s productie met cellosonates en concerto’s. Hij sterft erg jong, op drieënzestigjarige leeftijd.

12 April 2012
Categories: 2012, biography, music
Tags:
Comments (2)

Kleiner Mann — was nun? Ja, wat nu?

Kleiner Mann — was nun?
Theaterstuk op basis van Hans Fallada’s roman
Luk Perceval & Münchner Kammerspiele
De Singel

Actueel: staaldraadproducent Bekaert zet 609 mensen op straat. Big boss Bert De Graeve krijgt een bonus van 487.500 euro.
Actueel: twee Poolse chauffeurs komen om in de brand van een oud schrijnwerkersatelier. Vier anderen werden gewond. In totaal verbleven er elf Poolse chauffeurs.

Zaterdag zijn we naar de opvoering geweest van Kleiner Mann — was nun? Een marathon-voorstelling van vier uur met negen acteurs, maar vooral gedragen door Paul Herwig en Annette Paulmann van het Münchner Kammerspiele-gezelschap. Luk Perceval brengt dit stuk als vertellend theater. Dialogen worden afgewisseld met de acteurs die de handeling vertellen: “Lämmchen zegt niets. Zij gaat naar de kaptafel en kijkt met grote ogen…” Die trant. En af en toe wordt er gezongen, Kurt-Weil-achtig, begeleid door een orchestrion.

Actueel: in Spanje kondigt premier Rajoy een fiscale amnestiewet aan. Fraudeurs kunnen hun geld witwassen door slechts 10% belasting te betalen. Men verwacht een opbrengst van 2.500 miljoen euro. Wernemers worden zwaarder belast. De werkloosheid onder jongeren in Spanje is bijna 25%.

De roman van Hans Fallada en het theaterstuk nemen ons mee naar het Berlijn van de vroege jaren dertig. Een tijd van crisis, van waardeverlies, van polariserende politiek. Een pas getrouwd en nogal naïef koppeltje probeert in die tijd te overleven. Ze willen niet veel, alleen eenvoudig leven en hun kindje grootbrengen. De man doet allerlei jobkes en wordt uiteindelijk verkoper in een kledingzaak voor mannen. Het lijkt een goede zaak, maar de druk op de verkopers wordt steeds maar opgevoerd. Ze moeten quota halen en die worden met de bekende duimschroefmethode steeds weer opgetrokken.

Klinkt bekend, niet? Ik kan niet meer naar de post gaan zonder dat ik aangesproken wordt over een of ander product. Vraag maar eens aan de mensen in je bankagentschap wat en hoeveel ze moeten verkopen deze week.

Wat te verwachten was, gebeurt. De verkoper ontspoort en wordt ontslagen en dan gaat het snel bergaf. Ze moeten hun appartementje (enkele donkere kamers) opgeven en komen terecht in een tuinhuisje in een buitenwijk van Berlijn. Uit de brochure:

En plots begrijpt Pinneberg dat hij op straat staat, dat hij er niet meer bij hoort, dat men hem wettelijk wegjaagt: verbannen, verzonken, geledigd. Ooit was er orde en netheid. Ooit was er werk en brood op tafel. Ooit was er vooruitgang en hoop. Armoede is niet alleen ellende, armoede is ook strafbaar. Armoede is een schandvlek, armoede is verdacht.

Je zou kunnen verwachten dat zo’n opvoering melodrama wordt. Maar niets was minder waar. Het was pakkend, aangrijpend. De scene waar Pinneberg met zijn zoontje gaat wandelen en naar een beekje kijkt, moedeloos. De acteur Paul Herwig kijkt minutenlang in stilte de zaal in en niemand durft bewegen. Of als hij voor de vitrine van een gesloten winkel staat en weggejaagd wordt door een agent omdat hij er sjofel uitziet. Hij zet het op een lopen. Paul Herwig loopt minutenlang ‘sur place’ met wrange muziek van het orchestrion. Het draaiorgelboek kan dus ook wat anders dan populaire deuntjes spelen.
Het publiek begrijpt: wat toen gebeurde, gebeurt nu nog steeds. Zou Bert De Graeve in de zaal gezeten hebben?

02 April 2012
Categories: German literature, performing arts

Comments (0)

Michael Ondaatje’s handschrift

For half the day blackouts stroke this house into stillness so there is no longer a whirring fan or the hum of light. You hear sounds of a pencil being felt for in a drawer in the dark and then see its thick shadow in candlelight, writing the remaining words. Paragraphs reduced to one word. A punctuation mark. Then another word, complete as a thought. The way someone’s name holds terraces of character, contains all of our adventures together. I walk the corridors which might perhaps, I’m not sure, be cooler than the rest of the house. Heat at noon. Heat in the darkness of night.

Dit is de eerste paragraaf uit het enige prozagedicht Death at Kataragama uit Handwriting, de recente gedichtenbundel van Michael Ondaatje. Ik hou van Ondaatje’s werk. The English Patient blijft voor mij een meesterwerk en deel van mijn persoonlijke canon.
Dit prozagedicht is een uitzondering omdat de meeste gedichten vooral bestaan uit veel wit rond korte clusters van een of twee zinnen, soms wat meer. In het citaat geeft hij het recept zelf aan: “Paragraphs reduced to one word. A punctuation mark. Then another word, complete as a thought.”

Dit beschrijft perfect zijn manier van schrijven. Ondaatje is steeds een dichter, ook als hij romans schrijft. Ook als hij losse gedachten op papier zet. Dikwijls zijn de korte fragmenten pareltjes:

That great writer, dying, called out
for the fictional doctor in his novels.

Soms vind ik ze te fragmentarisch geschreven. Alsof het in een notitieboekje neergekrabbelde ideeën zijn. Toch vormt de bundel een geheel. Het lijkt of de dichter zich laat zakken in een warm bad van herinneringen, beelden, woorden, en de sensualiteit van Sri Lanka. Mij ontgaan dikwijls wel connotaties, veel laat zich vermoeden. Maar het is een bundel om terug naar te keren zoals je het niet kan laten om af en toe naar de doos met bonbons te gaan.

27 March 2012
Categories: 2012, English literature, poetry
Tags:
Comments (0)

World Poetry Day 2012

Wij Vlamingen en Nederlanders vieren gedichtendag in januari, maar er bestaat ook een World Poetry Day, uitgeroepen door de Unesco en die valt op 21 maart. Van mij mag er elke week een gedichtendag zijn, zoals vrijdag visdag. Woensdag een gedicht als dessert.
Ter gelegenheid van een gedichtendag pleeg ik een gedicht te vertalen, althans te proberen. Vertalen duwt je met je neus op de woorden die er staan, en een vluchtige lezing is onmogelijk. Ook al ‘voel’ je het gedicht, als je gaat vertalen merk je pas wat er allemaal braak bleef liggen in dat ‘aanvoelen’.

Ik koos deze keer voor een sonnet uit Seeing Things van Seamus Heaney. Het is het laatste uit een serie van zeven sonnetten genoemd Glanmore Revisited. De rode draad is het terugkeren naar een oud familiaal boerenerf en de herinneringen en gevoelens daarbij. Ook de restauratie- en aanpassingswerken grijpen de dichter aan.
Dit laatste sonnet gaat over het openbreken van een oud dak om er een dakraam in te steken. Heaney tekent mooi zijn weerstand en daarna het verrassende effect van het licht en de ruimte.

The Skylight

You were the one for skylights. I opposed
Cutting into the seasoned tongue-and-groove
Of pitch pine. I liked it low and closed,
Its claustrophobic, nest-up-in-the-roof
Effect. I liked the snuff-dry feeling,
The perfect, trunk-lid fit of the old ceiling.
Under there, it was all hutch and hatch.
The blue slates kept the heat like midnight thatch.

But when the slates came off, extravagant
Sky entered and held surprise wide open.
For days I felt an inhabitant
Of that house where the man sick of the palsy
Was lowered through the roof, had his sins forgiven,
Was healed, took up his bed and walked away.

Seamus Heaney

Het dakraam

Jij was helemaal voor dakramen. Ik tegen
het zagen in de vergroeide tong en groef
van grove den. Ik wou het laag en gesloten,
het claustrofobisch, nest-onder-het-dak
effect. Voor mij het poederdroge aanvoelen,
het perfect als een kofferdeksel passend plafond.
Daaronder was het al hoekjes en kantjes.
De blauwe leien hielden de warmte als eiderdons.

Maar toen de leien er af gingen, kwam extravagante
hemel binnen en opende wijd voor verwondering.
Dagenlang voelde ik mij een bewoner
van dat huis waar de verlamde man
door het dak werd neergelaten, zijn zonden vergeven,
geheeld was, zijn bed opnam en wegwandelde.

vertaling © Jan Mariën

Enkele opmerkingen bij de vertaling. Hutch and hatch vind je als uitdrukking in geen enkel woordenboek. Als je het googelt kom je bij dit gedicht terecht. Het klinkt goed en alsof het al vanouds bestaat, maar Heaney heeft het gesmeed. Hutch is een (konijnen)hok, een kooi, een hut of keet of krot en hatch een halfdeurtje, een luikgat, een dienluikje. Samen het beeld van een oude zolder met hokjes en deurtjes en luikjes, misschien voor de duiven.
Een ander vertaalprobleem was midnight thatch in de achtste regel. Letterlijk staat er: “De blauwe (dak)leien bewaarden de warmte zoals een middernacht strodak”. Middernacht strodak? Ook hier laten woordenboeken het afweten, maar als je googelt kom je terecht op sites die sportkleding verkopen. Warme anoraks met een soort fleece-vulling en die noemen ze daar Midnight Thatch. Nachtelijke warmte onder een strodak, zo voelt zo’n vestje aan. Ik heb niet geopteerd voor het overdekkende warme donsdek, maar voor eiderdons, een ouder woord dat past in de sfeer van een oude hoeve.

Het beeld uit het Evangelie volgens Marcus (2: 1-12) in het sextet vind ik heerlijk. Let op dat the man sick of the palsy in die lange zin eerst passief, als lijdend voorwerp optreedt, en na zijn heling actief zijn bed opneemt en weggaat.

21 March 2012
Categories: poetry
Tags:
Comments (0)

Britten happened

De Britten Happening in de Singel te Antwerpen.

We hebben kunnen genieten van bijna een ganse dag muziek van Benjamin Britten. Zo’n happening als in de Singel is een zeer mooie formule. Enkele grotere werken afgewisseld met heel wat kamermuziek en daartussen welkome pauzes om iets te eten of een glaasje wijn te drinken.
Alleen was het een lineaire programmatie. Alles speelde zich af in de grote blauwe zaal. Slechts één keer kon je kiezen tussen twee parallelle programma’s en dat was dan meteen moeilijk. Want aan de ene kant wou ik wel de opvoeringen van de studenten van het conservatorium meemaken, maar de lezing aan de piano van Roger Vignoles kon ik niet weerstaan. Vignoles is een uitstekend liedpianist en in mijn discotheek vertegenwoordigd met Schubert’s Schwanengesang met Robert Holl en Before life & after, liederen van Britten samen met Mark Padmore. Hij gaf een zeer gesmaakte inleiding op de vijf Canticles die later op de middag zouden uitgevoerd worden.
Voordien had ik al deFilharmonie met Edo De Waart meegemaakt. Zij openden de dag met The Young Person’s Guide to the Orchestra, een leuk werk om de ochtendlijke nevels weg te blazen. Daarna speelden zij samen met pianist Steven Osborne het Concerto voor piano en orkest, maar Osborne kon mij niet echt overtuigen.
Na de lezing werden we warm voor het Britse Heath Quartet. Een nog jong ensemble dat ons echter inpakte met de drie divertimenti en met het eerste strijkkwartet. Ik heb de prachtige opname met het Belcea Quartet in de kast, maar ik zou zeker een cd van dit jonge kwartet aanschaffen. Hun frisse uitvoering van het eerste strijkkwartet van Britten was voor mij al een hoogtepunt van de dag.
Daarna kwam de eerste suite voor cello, gespeeld door de Duitser Alban Gerhardt. Voor mij een zeer mooie uitvoering van een prachtige suite, voor wie ze kan smaken natuurlijk. Gerhardt werd daarna vervoegd door pianist Steven Osborne voor de Sonate voor cello en piano in C.
Wij hebben deze Britten-dag afgerond met een opvoering van de vijf Canticles. Ik kende alleen nog maar de vierde op het bekende gedicht van TS Eliot The Journey of the Magi. Nu kwam ik ook zeer onder de indruk van de tweede Canticle: Abraham and Isaac.
De opvoering was echter een sterk geheel, met de prachtige tenorstem van Ben Johnson, contratenor Michael Chance en bariton Roderick Williams. Pianobegeleiding door Roger Vignoles, hoorn Richard Watkins en harp Lucy Wakeford. Ik kocht daarna een evenzeer zeer goede uitvoering met Ian Bostridge en Julius Drake.
Een knap initiatief, een heerlijke dag. Ik heb alleen vreselijk spijt dat ik een vergelijkbaar evenement rond Dmitri Shostakovich destijds gemist heb.

19 March 2012
Categories: music
Tags:
Comments (0)