trouvailles op de Gentse boekenmarkt
Op de Gentse boekenmarkt kocht ik — tegen een prijsje — drie boeken uit de reeks ‘Grand Prix des meilleurs romans du demi-siècle’.
Het is een reeks die door de Franse uitgever André Sauret in 1951 werd uitgegeven. Ik kocht de drie boeken die de verkleumde boekverkoper aanbood. Was zijn dag goed, en de mijne ook.
Ik kocht La Nausée van Jean-Paul Sartre, Les Faux Monnayeurs van André Gide en La Condition Humaine van André Malraux.
Het zijn heerlijke boeken, in de Franse stijl. Van elk boek werden 3000 exemplaren gedrukt op velijn Arches en ingebonden zonder de vellen te snijden. Elk van de gekochte boeken draagt het nummer 775, wat aangeeft dat ze door iemand destijds in reeks gekocht werden. De vorige eigenaar heeft La Condition Humaine niet gelezen, want de pagina’s zijn nog niet losgesneden.
Elk van de boeken bevat een originele ets of lithografie en het is leuk dat in de boeken vermeld staat: ‘compositions détruites & pierre éffacée’.



Het is ook fijn dat de uitgever heel wat informatie geeft over lettertype, papier en medewerkers. Tot zelfs de naam van de drukkers. Zo zijn de litho’s gedrukt door les frères Mourlot. De studios Mourlot zijn vermaard doordat er zeer bekende kunstenaars als Picasso, Chagall, Miró en zovele anderen gewerkt hebben. Vreemd is dat wel de Engelstalige Wikipedia een artikel over de drukkerij heeft, maar niet de Franstalige. Evenmin vind je informatie over de uitgever André Sauret, die toch een boeiend figuur moet geweest zijn.
In alle geval is het een mooie aanwinst voor mijn bibliotheek.
The Exile and Murder of Leon Trotsky
In 2005 Jean-Pierre Rondas interviewed the Portuguese author José Saramago for Klara, the Flemish classical radio. Saramago spoke in a very clear French. The other day I listened to the tape again and at a given moment he said: “Il faut finir avec l’utopie!”. This means something like: we have to stop (using/believing in) utopias.
And he explained this further: believing in or fabricating utopias is postponing what we should be doing now, is accepting the status quo. At that moment he was writing his political novel Seeing (which I have in the Spanish translation Ensayo sobre la lucidez).
Of course, Lenin thought the same thing. Religion was for him a utopia and as such something that prevented people to live their life here and now. While reading this book however, I couldn’t stop feeling that someone like Trotsky — and many others as well — was fabricating his own utopia. And perhaps this was the main difference between Trotsky and his nemesis Stalin: the one was a theorist, a dreamer in a way, but with an analytical mind, the other a ruthless politician.
This superbly written book tells the story of Trotsky’s exile, mainly in Mexico. Because Mr Patenaude regularly deviates into earlier periods of Trotsky’s life, this might almost be called a biography.
The main theme of Trotsky’s last years is the ill-fated battle with Stalin. Trotsky uses words, his only weapon. He writes books, pamphlets, political analyses. Stalin uses espionage, violence, political and diplomatic pressure to hunt down all members of Trotsky’s family and in the end he orders the assassination of Leon Trotsky himself.
It is an uneven battle, of course. A battle fought between opposing groups that both are just as blind.
One petty example of this: Trotsky used to be portrayed as a fascist (with the swastika, while he was a Jew!) in the American and Mexican communist press. But after the treaty between Stalin and Hitler (the Molotov–Ribbentrop Pact of 1939) the communist press had to drop the swastika.
It is a very good book. Mr Patenaude describes Trotsky as a highly intelligent man, a hard worker, a fighter, but also as a very difficult man, very demanding for his collaborators, his guards, etc. We follow the changing relationship with Diego Rivera and Frida Kahlo and he describes the many attempts to assassinate Trotsky.
A fine piece of history writing that surpasses the biographical because it also portrays an entire period.
gedichtendag 2010
28 January 2010,
Filed under:
poetry
Stel, liefste, jij en ik leefden in liefde samen.
Het gras moet nog gekort, de bloemen ververst.
Hoe vind jij dit boek? mag de radio zachter?
Stel, wij leefden in het zacht genot van alledag.
En dikwijls, bij mekaar nestelend, fluisteren
wij de koosnaampjes die van ons zijn, en lachen.
Dan zou het kunnen, liefste, dat voortdurende
nabijheid onze liefde vermoeit en vertroebelt.
Wat is er? Niets, maar een wenkbrauw fronst.
Gewone woorden krijgen een scherpe kant.
Waarom laat je dat daar slingeren? Zet die radio af.
Dit willen we niet, vermoeidheid krijgt de schuld.
Ik plaatste dan in elke kamer telefoon,
en zou dan zogezegd weggaan, gaan schaken,
maar belde je op, van kamer naar kamer.
Dan hoorden we plots terug warmte in de stem
en de behoefte om lang en intiem te praten,
een laatavondgesprek, een te ontginnen taal.
© Jan Mariën
op zoek naar een gedicht van Leonard Nolens
20 January 2010,
Filed under:
poetry
Vorig jaar in oktober bezocht ik samen met mijn vriendin de boekenbeurs Het Andere Boek in Antwerpen. Je weet hoe dat gaat: ik snuffel wat hier, zij snuffelt wat daar. Maar zij was ook nog naar een lezing geweest en daardoor had ik alle stands al wat langer kunnen doorzoeken. Ik hing dus wat rond terwijl zij boeken inkeek en plots viel mij een grote poster of affiche op. Met daarop een gedicht van Leonard Nolens.
Ik had van Nolens alleen Een fractie van een kus, gekregen van iemand die me dierbaar was en die het bundeltje waarschijnlijk alleen gekocht had omdat het woordje ‘kus’ er in voorkwam. Maar ik kende Nolens nog niet echt als dichter, was nog niet gepakt door zijn poëzie. Toen ik dan in Het Andere Boek dat gedicht rustig las, was ik wel onder de indruk. Het was een zeer goed gedicht. Op de poster stond dat het gedicht uit de bundel Hart tegen hart kwam. Ik nam me voor deze bundel te kopen en ik dacht dat ik dan dit gedicht wel zou terugvinden.
Maar toen ik later via internet het boek wou kopen (bv via De Groene Waterman), merkte ik al gauw dat het niet meer vrij in de handel te verkrijgen was. Dan maar Abebooks proberen, daar vind je alles. Toch vond ik ook daar slechts enkele exemplaren en ik kocht — natuurlijk — een mooi ingebonden uitgave.
En dan kwam het via de post, altijd een heerlijk moment: Hart tegen hart, Gedichten 1975-1990. Het verraste me dat het een verzamelbundel was en ik begon wat te grasduinen op zoek naar het bewuste gedicht, waarvan ik ondertussen echt alleen nog een sfeer kon herinneren. Ik dacht dat ik het wel zou herkennen.
Maar dat was niet zo. En dan heb ik het boek ongeveer van voor naar achter gelezen en ik kwam onder de indruk van de sterke poëzie van Nolens, het gedicht vond ik echter niet.
Dat gedicht begon een beetje te spoken. Ik had het gelezen en het kwam uit deze bundel. Tot ik ergens ontdekte dat er een tweede bundel Hart tegen hart bestond, met gedichten van 1975 tot 1996. En nu vond ik slechts één exemplaar en dat was dan nog in de Verenigde Staten. Ik heb het dan maar besteld en het was ruim een maand onderweg. Toen het toekwam was de vreugde groot. Ik moest alleen maar in de laatste jaren zoeken, de gedichten tot 1990 had ik al allemaal doorzocht. En ja, ik vond het.
Vermoeidheid
Als wij, de grote mensen, moe zijn
Van het praten met elkaar,
Als wij moe zijn van het slapen
Met elkaar, het wandelen
En handeldrijven met elkaar,
Het tafelen en oorlog voeren
Met elkaar, als wij moe zijn
Van elkaar, van het elkaren
Van elkaar, dan zetten wij de kat
Op onze schouder, gaan de tuin in
En zoeken de kinderstemmen achter
De hoge hagen en in de boomhut.
En zwijgend leggen wij onze vermoeidheid
In het gras, en de jaren die zwaar
En donker sliepen in de zoom
Van onze jas ontbloten zich daarboven
In een jongenskeel en dansen op
En neer in een vochtige meisjesmond.
Als wij, de grote mensen, moe zijn
Van het praten,
Van het praten,
Van het praten met elkaar,
Gaan wij de tuin in en verzwijgen ons
In de kat, in het gras, in het kind.
Leonard Nolens
Alhambra
Two weeks ago I visited the Alhambra in Granada again. If there were an afterlife, I’d like heaven to be like this. I love the fine buildings, the artistic way in which walls and ceilings are decorated, the lovely garden, the irregular fortified walls.
A minus is the complete absence of books (I can’t see the small bookshops with mainly books for the tourist as real bookshops). But perhaps this might be the role we have to play in afterlife: like in Ray Bradbury’s Fahrenheit 451 where everyone represents a book and will recite it when asked. You would meet someone under a plum tree and not ask: “Who are you?” but “What book are you?” And he or she would start reciting: “Call me Ishmael…”
I wonder which book I’d learn by heart. Perhaps only a collection of poems.
Have a look at some photos. |
 |
Hace dos semanas visité de nuevo la Alhambra. Es un lugar que para mí podría ser el cielo en el más allá. Los edificios, el jardín, el arte musulmán, todo se junta para formar un lugar en donde se podría caminar y soñar para siempre.
La falta de libros es una desventaja. Pero, quizás fuera como en Fahrenheit 451 de Ray Bradbury en donde cada persona conoce un libro de memoria y lo recita a petición.
Encontrarías alguien debajo de un ciruelo y no le preguntarías “¿Quién eres?” sino “¿Qué libro eres?”. Y empezaría a recitar: “En un lugar de la Mancha…”
Me pregunta cual libro tendría que memorizar. Tal vez una colección de poemas.
Mira unas fotos. |
Chillida in San Sebastián
Chillida is beroemd en geliefd in San Sebastián. Ik was tussen kerst en nieuwjaar op doorreis door Spanje en wou nog eens genieten van de heerlijke beeldentuin rond zijn atelier, wat nu in zijn geheel een museum is. Helaas was het gesloten omwille van vierde kerstdag of zo.
Ik kan echter iedereen aanraden een omwegje te maken naar het Museo Chillida-Leku.
Maar in Donostia zelf staan ook verschillende werken van deze Baskische kunstenaar. Het bekendste is wel de Peine del Viento, kam van de wind, dat je kan vinden op het einde van de schelpvormige baai van San Sebastián, La Concha.
Meer over Chillida.
Voor meer foto’s, klik hier.
mus drinkt water, heel voorzichtig
In de tuin van het Alhambra zag ik een mus héél voorzichtig van een watertapje drinken.
Volg het gebeuren op deze foto’s.

José Saramago: Caín
¿Qué tiene que ver la poesía de José Emilio Pacheco con Caín de José Saramago? He comprado una hermosa edición de Como la lluvia en San Sebastián y acabé de leer Caín en Salamanca en los últimos días de 2009. Pero hay más, claro. En la página 137 encontré el poema Papá:
En el Jardin des Plantes,
A la vista de todos y sin recato,
Grita ebrio El Poeta Loco al gorila preso:
“Papá,
¿Por qué al pararte en dos patas
Y oponer el pulgar a los otros dedos
(Te autonombraste Adán por haber cumplido esta doble hazaña
Y dijiste estar hecho de arcilla roja
Animada por el Gran Soplo Divino),
Lo primero que hiciste fue aparearte
Con otra simia o primata,
Desgajar una rama para volverla mazo o lanza o espada,
Asesinar a tu hermano el mono
Y a tus otros hermanos los neandertales
E imponer tu primatecía?
Papá,
Con tu acto fundacional
Nos diste la certeza más perdurable:
La gente mata, daña, veja, humilla, tortura
Sólo porque el hacerlo le da un placer infinito.
Papá,
Mejor te hubieras quedado allá arriba en tus árboles
En vez de poner en marcha,
Con tu triste ambición de hacerte dios,
Todo este gran desastre que no ha cesado
Y acabó por hacernos lo que somos.”
Parece resumir gran parte de la última novela de Saramago. Pero no por completo. Porque lo más importante para Saramago es pintar el dios del viejo testamento como un dios celoso, capricioso y criminal. Caín ha matado a su hermano, pero dios le ha instigado. El mismo dios que anihila Sodoma por los pecados de los habitantes. ¿Pero, se pregunta Caín, por qué tienen que morir también los niños de la ciudad?
Con esta novela, Saramago parece divertirse. Deja a Caín andar a través del tiempo como Ahasverus, el judío errante. Caín juega un papel en diversos episodios: inhibe a Abrahán que mate a su hijo, está en Sodoma antes de la destrucción de la ciudad, ayuda a Noe en el arca, etc. Todo el tiempo, Caín se siente culpable por matar a su hermano, pero toma conciencia de que dios es mucho más peor que él. Y se lo dice.
Como en El Evangelio según Jesucristo Saramago nos muestra la cara de dios como descrito en la biblia. Sólo para los que pueden leer con sus ojos abiertos.
Más Saramago.
el guardián de la dignidad
Sabiendo que los camareros españoles son los guardianes de la dignidad y que los turistas son un mal necesario, entro en un restaurante.
– Señor
– Dígame, señor
– ¿Podría usted pedir al jefe que me haga el favor de prepararme un solomillo?
– Enseguida, señor. ¿Algo más, señor?
Ya esta pregunta tiene la connotación de que no tenga que exagerar.
Basta negar con la cabeza.
El solomillo arriba a su debido tiempo. Y yo como, es decir, me ocupo de transferir la comida del plato a mi estómago sin movimientos o ruidos innecesarios.
Cumplido esto trato de atraer la atención del camarero.
– Señor
– Dígame, señor
Espero un poco. Nunca puedo resistir la tentación de este momento.
– La dolorosa, por favor
A pesar de sí mismo se le escapa una sonrisa.
Sonrisa que tengo que pagar con su cara más severa cuando me presenta la cuenta.
Y ninguna propina podría suavizarle.
Recuerde, el camarero es el guardián de la dignidad española.
Marcel Reich-Ranicki: Mein Leben
Ik heb al aangrijpende getuigenissen van slachtoffers uit de tweede wereldoorlog gelezen. Ik denk in de eerste plaats aan Primo Levi’s Is dit een mens, waarin hij zijn tijd in Ausschwitz beschrijft. Of aan de vernietiging van Dresden zoals beschreven in Vergelding van Geert Ledig.
De autobiografie van Marcel Reich-Ranicki gaat ook veel over de oorlog. Hij werd in 1920 in Polen geboren, maar zijn ouders waren in Pruisen opgegroeid en voelden zich noch Pool, noch Duits, eerder alleen maar jood. Zijn vader sprak heel wat talen, zijn moeder bijna alleen Duits. In 1929 werd de jonge Marcel naar Berlijn gestuurd waar hij door familie opgevangen werd. Hij heeft er school gelopen tot zijn 18de.
Toen hij 13 was, kwam Hitler aan de macht. In zijn jeugd heeft hij dus meegemaakt hoe de vrijheid van de joden in Duitsland steeds meer ingeperkt werd. Hij vond zijn heil in de literatuur en vooral in het theater.
In 1938 wordt hij als Poolse jood opgepakt en gedeporteerd naar Warschau. De situatie was daar weinig benijdenswaardig voor de joodse gemeenschap. En het leven werd een hel toen het ghetto gevormd werd.
In 1942 kon Marcel samen met zijn jonge vrouw Tosia uit het ghetto ontsnappen. De rest van de oorlog leefden zij ondergedoken. Na de oorlog probeerden zij in Polen een leven op te bouwen. Eerst enthousiast over het communisme als ideale gemeenschapsvorm, waren zij al snel ontgoocheld door de bureaucratische, starre en repressieve gemeenschap waarin ze moesten leven. In 1958 zijn zij dan naar West-Duitsland gevlucht, waar ze terug met niets moesten beginnen.
Marcel Reich-Ranicki was reeds in Polen actief als literair criticus. Hij slaagde er snel in ook in Duitsland een naam te maken. Hij groeide uit tot de “paus der critici”.
Deze autobiografie gaat vooral over zijn leven en die van zijn naasten en vrienden, en slechts in tweede instantie over de literatuur, die toch de grote passie van zijn leven is geweest. Natuurlijk, wie zijn mening over Max Frisch of Heinrich Böll of Günter Grass wil lezen, moet zijn kritieken zelf lezen.
Vanzelfsprekend vond ik het leuk om en passant anekdoten over heel wat schrijvers te lezen (naar aanleiding van zijn boek kocht ik Die vierzig Tage des Musa Dagh van Franz Werfel), maar dit boek biedt veel meer. Het is een dwarsdoorsnede van de geschiedenis van Duitsland in de 20ste eeuw. Hij heeft Duitsland op zijn schrikwekkends meegemaakt, maar hij heeft ook volop genoten van de vruchten van zoveel eeuwen Duitse cultuur. Hij heeft beleefd hoe de Duitsers steeds zijn blijven worstelen met hun verleden en zeker ook met hun ambivalente houding tegenover de joden in hun midden. De Historikerstreit uit de jaren tachtig was daar een triest voorbeeld van.
Dit boek heeft me erg aangegrepen door zijn eenvoud, zijn enthousiasme, zijn diepe menselijkheid.